Overspannenheid - burnout

Auteur: Karin Nieuwenhuijsen

Wat wordt verstaan onder werkgerelateerde overspannenheid en burnout?

Overspannenheid is een klinisch beeld dat gekenmerkt wordt gekenmerkt door spanningsklachten die aanzienlijke gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de patiënt.  Patiënten zijn moe, gespannen, prikkelbaar, emotioneel labiel, lijden aan concentratieverlies en/of slapen slecht. Overspannenheid wordt gezien als het gevolg van een gebrek aan balans tussen stressveroorzakende factoren en het verwerkingsvermogen van de patiënt waardoor de iemand controleverlies en demoralisatie ervaart. Als die stressveroorzakende factoren met name in het werk liggen is er sprake van werkgerelateerde overspannenheid.

Een relatief ernstige vorm van werkgerelateerde overspannenheid met een langduriger beloop wordt burnout genoemd. Kenmerkend is een lange voorgeschiedenis met spanningsklachten en emotionele uitputting. Ook is er vaak een gevoel van dat men minder goed is geworden in het werk of heeft men een cynische houding ten opzichte van het werk.
 

  1. Ziektebeeld/Gezondheidsschade
  2. Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden
  3. Blootstelling / belastende factoren
  4. Invloed van bijdragende factoren
  5. Preventie
  6. Individueel casemanagement
  7. Bronnen

Ziektebeeld / Gezondheidsschade

Beschrijving van klachten, symptomen en stoornissen

Onder overspanning wordt een met een belastende situatie samenhangend klinisch beeld van spanningsklachten met aanzienlijke beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren verstaan. De spanningsklachten zijn doorgaans aspecifiek van aard: de patiënten zijn moe, gespannen, prikkelbaar, slapeloos, emotioneel labiel, lijden aan concentratieverlies en functioneren sociaal en in het werk minder goed.

Overspanning: CAS-code P619 (surmenage)
Burnout: CAS-code P611

Klinische diagnostiek werkgerelateerde overspannenheid en burnout

De aandoening overspanning komt niet voor in de DSM-IV, wel is er een diagnose die sterke overeenkomsten vertoond met wat het beeld overspanning: de aanpassingsstoornis.
Het DSM-IV geeft de volgende criteria voor een aanpassingsstoornis:

  • De ontwikkeling van emotionele symptomen en gedragsvormen als reactie op een aanwijsbare stressfactor. De aandoening uit zich binnen drie maanden na het optreden van de stressfactor.
  • De symptomen en het gedrag zijn klinisch duidelijk aantoonbaar, wat blijkt uit een van de twee volgende criteria of beide:
    • aantoonbare spanning die erger is dan bij de stressfactor verwacht kan worden
    • duidelijke hinder in de sociale omgang of op het werk
  • De stress-gerelateerde stoornis voldoet niet aan de criteria voor een andere specifieke stoornis uit As I en is niet uitsluitend een symptoom van een bestaande stoornis uit As I of As II.
  • De symptomen komen niet voort uit rouwverwerking.
  • Als de stressfactor of de gevolgen zijn verdwenen, blijven de symptomen niet langer dan zes maanden aanwezig.

Aanpassingsstoornissen worden ingedeeld op grond van de meest op de voorgrond tredende symptomen:

  • Angst of gespannenheid - nervositeit, onrust, rusteloosheid; bij kinderen separatieangst.
  • Depressie - hopeloosheid, huilbuien, somberheid.
  • Gecombineerd angstig en depressief.
  • Gedragsproblemen - negeren van normen en regels, onaangepast gedrag
  • Gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord - depressie en/of angst gecombineerd met een gedragsstoornis of onaangepast gedrag.
  • Niet anderszins omschreven - psychosociale stress, lichamelijke klachten, teruggetrokkenheid, verminderde prestaties of concentratieproblemen bij werk of studie.

In de NVAB-richtlijn “handelen van de bedrijfsarts bij werkenden met psychische problemen” worden overspanning en chronische overspanning (voorheen burnout)  samen met spanningsklachten onder de term ‘stressgerelateerde stoornissen’ gevat. De bedrijfsartsen hanteren de volgende criteria hiervoor:

Besluit tot deze werkhypothese indien één of meer psychische of lichamelijke spanningsklachten die zodanig zijn dat  de patiënt eronder lijdt of (dreigende) functioneringsproblemen ervaart en er geen aanwijzingen zijn voor depressie, angststoornis, of overige psychiatrische beelden.

Burnout (ook wel chronische overspanning genoemd)  wordt gediagnosticeerd als er een relatief lange voorgeschiedenis van overbelasting is (1 jaar of langer) en een chronisch klachtenbeloop. De patiënt is emotioneel uitgeput en heeft bovendien een grote distantie ten opzichte van het werk en/of een verminderd gevoel van competentie.

Differentiaal diagnose

Bij de differentiaal diagnose van overspanning/burnout dienen zowel de depressieve stoornis [LINK naar depressie op deze site] en angststoornissen. Er zijn verschillende type angststoornissen die in de DSM-IV worden onderscheden (voor meer informatie zie CBO richtlijn [LINK idem als bij differentiaal diagnose PTSS]). Ook aan een somatisch beeld dient te worden gedacht.

Aan een depressie dient men te denken indien er sprake is van een depressieve stemming (somber, in de put, down) en/of een duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten (dit wordt ook wel aangeduid met de term anhedonie).

Aan een angststoornis dient men te denken indien sprake is van buitensporige angst of bezorgdheid zich uitend als een paniekstoornis (met paniekaanvallen), fobie (hevige en aanhoudende angst voor en vermijding van specifieke objecten of situaties), obsessief-compulsieve stoornis (hevige angst of spanning als gevolg van terugkerende of aanhoudende gedachten, impulsen of voorstellingen [obsessies], met pogingen de angst te reduceren door dwangmatige, rituele handelingen [compulsies] zoals wassen, tellen) of een gegeneraliseerde angststoornis (buitensporige, aanhoudende angst of bezorgdheid met betrekking tot meer aspecten van het leven; gezin, werk, financiën of toekomst). Een acute stress stoornis (duur klachten tot 4 weken) en een posttraumatische stoornis (duur klachten langer dan 1 maand) kunnen optreden na blootstelling aan een traumatische ervaring en gaan gepaard met herbelevingen van het trauma of aanhoudend vermijden van prikkels die bij het trauma hoorden.

Op de website www.psychischenwerk.nl staan enkele instrumenten die u kunnen ondersteunen bij het onderscheid tussen overspannenheid/burnout (stressgerelateerde stoornis) enerzijds en depressieve en angststoornis anderzijds.

Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden

Overspanning en burnout worden voor een belangrijk deel bepaald door de stressgerelateerde component (de interactie met eisen, problemen en gebeurtenissen uit de omgeving). Deze interactie kan betrekking hebben op factoren in het werk.

Er is weinig onderzoek gedaan naar specifieke risicofactoren en het ontstaan van overspanning en burnout. Het is wel aangetoond dat een hoog niveau van psychologische taakeisen, een laag niveau van sturingsmogelijkheden en gebrekkige sociale steun van collega’s risicofactoren zijn die een (beperkte) bijdrage leveren aan het ontstaan van overspanning/burnout. Gezien de huidige stand van de wetenschap dienen deze factoren niet als de enige mogelijke werkgebonden risicofactoren te worden gezien.

Werkgebonden overspannenheid en burnout kunnen in alle beroepen voorkomen.

Blootstelling belastende factoren

Vaststelling van de blootstelling
De (bijdrage van) psychociale factoren in het werk kunnen gemeten worden met diverse vragenlijsten zoals Job Satisfaction Survey (JSS), de Job Content Questionnaire (JCQ) en de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA). Deze is ontwikkeld als algemeen meetintrument om werkdruk, werkstress en werkbeleving te meten, op individueel maar ook op groepsniveau.

Websites :
http://scholar.google.com/scholar?q=Job%20Satisfaction%20Survey&hl=nl&lr=&oi=scholart
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&dopt=Abstract&list_uids=9805280
www.skbvs.nl

Epidemiologie
Er zijn geen betrouwbare incidentiecijfers van overspanning. De incidentie varieert in de
bedrijfsartsenpraktijk van 2 tot 7 per 1000 werknemers per jaar. In de huisartspraktijk variëren de cijfers tussen de 4 en 30 per 1000 patiënten per jaar. (bron: achtergrond document bij LESA overspanning http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R146215931836268 )

Van de in 2006 gemelde psychische beroepsziekten bij het NCvB (totaal aantal 1228) betreft 81% overspanning of burnout.

LINK: [Psychische aandoeningen naar diagnose in 2006]

Invloed van bijdragende factoren

Overspanning en burnout worden voor een belangrijk deel bepaald door de stressgerelateerde component (de interactie met eisen, problemen en gebeurtenissen uit de omgeving). Deze interactie kan ook betrekking hebben op factoren buiten het werk. Een hulpmiddel om belastende gebeurtenissen uit het leven van een werkende in kaart te brengen is de Life Event Inventory E002.pdf.

Volgens de richtlijn “Handelen van de bedrijfsarts bij werkenden met psychische problemen”
http://nvab.artsennet.nl/content/resources/AMGATE_6059_340_TICH_L701355102/AMGATE_6059_340_TICH_R1581951011986611// speelt naast de stressgerelateerde component ook de kwetsbaarheid component een rol (vanuit aan de persoon verbonden biologische of verworven kwetsbaarheden).

Preventie

Primaire preventie van overspanning en burnout richt zich op de afstemming tussen werksituatie en individu. Manieren waarop de werksituatie op het individu wordt afgestemd hebben betrekking op veranderingen in de organisatie van de werkzaamheden, het takenpakket (o.a. verlaging van de werklast, verbreding, roulatie),de arbeidsomstandigheden (werktijden, ergonomische aanpassingen), het communicatieproces, de sociale verhoudingen (rolverheldering, sociale relaties) het beleid, procedures en de organisatiecultuur.

Naar de effectiviteit van werkgerichte interventies ter preventie van psychische vermoeidheid en psychische aandoeningen is weinig goed onderzoek verricht. Murphy en Sauter (2004) hebben de beschikbare studies naar het effect van werkgerichte interventies op stressklachten samengevat. Uit de review blijkt dat er geen eenduidig bewijs is voor de effectiviteit van werkgerichte interventies en de wijze waarop werkgerichte interventies worden doorgevoerd het gebrek aan bewijs mogelijk kan verklaren. Zie ook www.psychischenwerk.nl.

Individueel casemanagement

In de Landelijke Eerstelijns Afspraak Overspanning (LESA) worden de rollen van de bedrijfsarts en van de huisarts bij het individueel case-management uiteengezet. [ http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R1462051360321534 ]

Overspanning en burnout worden ook wel stressgerelateerde aandoeningen genoemd. Op de site www.psychischenwerk.nl staat een overzicht van bewezen effectieve interventies.

http://www.psychischenwerk.nl/pw/article.php?id=2578

Bronnen en meer informatie

DSM-IV:
Diagnostic and Statistical Manuel of Mental Disorders, fourth edition. American Psychiatric Association, 1994.

DSM 5:
Diagnostic and Statistical Manuel of Mental Disorders, fifth edition. American Psychiatric Association, 2013.

NVAB richtlijn “Handelen van de bedrijfsarts bij werkenden met psychische problemen”.
http://nvab.artsennet.nl/content/resources/AMGATE_6059_340_TICH_L701355102/AMGATE_6059_340_TICH_R1581951011986611//

Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Overspanning (LESA)
http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R1462051360321534

Achtergronddocument bij Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Overspanning (LESA)
http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R146215931836268

Richtlijn Angststoornissen
www.trimbos.nl‎

www.psychischenwerk.nl

Murphey & Sauter (2004)
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=pubmed&dopt=AbstractPlus&list_uids=15150855&query_hl=4&itool=pubmed_docsum