Artrose van de knie (Gonartrose)

Artrose is een aandoening van het kraakbeen in een gewricht. Het gewrichtskraakbeen zorgt ervoor dat de botten makkelijk over elkaar kunnen bewegen en het kraakbeen werkt als een soort schokdemper. De mate van slijtage bepaalt de ernst van de aandoening. Soms is de kraakbeenslijtage zo ernstig dat ook het bot wordt aangetast. Artrose is in Nederland de meest voorkomende gewrichtsaandoening. De meest aangedane gewrichten zijn heup, duim en knie. Artrose van de knie (gonartrose) komt in Nederland voor bij ongeveer 335.700 personen boven de 55 jaar (72.900 mannen en 262.800 vrouwen) (RIVM). Er werden in 2000 door huisartsen naar schatting 31.800 gevallen van gonartrose vastgesteld.

Indeling van deze pagina

  1. Ziektebeeld / gezondheidsschade
  2. Relatie met beroep/ arbeidsomstandigheden
  3. Beoordeling beroepsgebondenheid
  4. Individueel casemanagement
  5. Bronnen

Ziektebeeld / gezondheidsschade

Gonartrose is een degeneratieve gewrichtsaandoening van het kniegewricht, gekenmerkt door toenemende pijn na belasting, stijfheid en bewegingsbeperking.

De belangrijkste pathofysiologische veranderingen zijn:

  • vermindering van dikte en kwaliteit van het kraakbeen;
  • verdikking van het subchondrale bot
  • osteofytvorming aan de randen van het gewricht
  • chronische ontsteking van het synoviale weefsel

Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden

Een verband tussen factoren in het werk en het optreden van gonartrose is aannemelijk. Beroepen met een verhoogd risico zijn schoonmakers, vrachtwagenchauffeurs, voetballers, boeren, havenarbeiders, mijnwerkers, vloer- en tapijtleggers en verzorgenden. De belangrijkste werkgerelateerde risicofactoren zijn: hurken, knielen, tillen, en springen.

Om te bepalen of de gonartrose kan worden gekwalificeerd als beroepsziekte kan gebruik worden gemaakt van registratierichtlijn D005 (deze richtlijn moet nog geaccoordeerd worden. Naar verwachting is deze richtlijn in februari/ maart 2007 via een link te bereiken).

Blootstelling belastende factoren

De blootstelling aan de risicofactoren in registratierichtlijn D005 dient bij voorkeur gebaseerd te worden op kwantitatieve gegevens zoals metingen op de werkplek, productiecijfers of andere studies bij vergelijkbare beroepsgroepen. Gegevens die zijn verkregen op basis van vragenlijsten of een anamnese zijn vaak van onvoldoende kwaliteit om een precieze schatting van de blootstelling aan de risicofactoren mogelijk te maken.

Invloed bijdragende factoren

Slechts bij een kleine groep patiënten is een duidelijke oorzaak van de artrose aan te wijzen, zoals een ongevalsletsel met gewrichtsbeschadiging of een aangeboren afwijking. Erfelijke factoren lijken een rol te spelen, omdat artrose in sommige families vaker voorkomt. Ook lijken sommige genetische kenmerken tot artrose te leiden. Artrose neemt duidelijk in vergelijkbare mate met de leeftijd toe.

Overgewicht is een belangrijke determinant voor knieartrose. Vrouwen waarbij het gewicht is gedaald hebben een minder groot risico op knieartrose. Etnische achtergrond lijkt volgens onderzoek uit de VS ook een determinant van artrose te zijn. Afro-Amerikanen lijken namelijk vaker en ernstigere artrose te hebben. Bij sommige sporten, vooral als er sprake is van acute hoge en/of herhaalde gewrichtsbelasting, komt artrose vaker voor .

Artrose kan ook ontstaan door andere gewrichtsaandoeningen, zoals een meniscusbeschadiging of reumatoïde artritis. Een aandoening als congenitale heupdysplasie kan op latere leeftijd ook leiden tot artrose. Het wordt steeds duidelijker dat lokale gewrichtsfactoren een rol spelen bij het ontstaan van artrose. Factoren die hierbij genoemd worden zijn: overmatige beweeglijkheid in het gewricht (laxiteit), abnormale stand van de gewrichtsuiteinden, abnormale onbewuste positiewaarneming van de stand van het gewricht (proprioceptie) en spierzwakte rond het gewricht.

Bij personen met osteoporose komt artrose minder vaak voor. Het is onduidelijk of hier sprake is van een causale relatie. Anderzijds is niet uitgesloten dat de progressie van artrose bij personen met osteoporose juist sterker is. De rol van oestrogenen is niet eenduidig.

bron RIVM

Beoordeling beroepsgebondenheid

Het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Academisch Medisch Centrum heeft registratierichtlijn D005 gemaakt op basis van de scriptie 'Criteria voor werkgerelateerde diagnostiek voor gonartrose: een literatuuronderzoek', geschreven door Marineke Han-de Groot, bedrijfsarts (NSPOH juli 2006). Voor een beknopt overzicht van dit document wordt verwezen naar de bijbehorende presentatie 'Gonartrose als beroepsziekte'*.  In de registratierichtlijn D005 is de case-definitie beschreven, de diagnostiek en de wijze waarop de arbeidsgerelateerdheid wordt bepaald voor gonartrose.

De volgende 4 blootstellingcriteria zijn geformuleerd voor het melden van gonartrose als beroepsziekte:          

  1. Hurken: minimaal 1 jaar en > 60 minuten per werkdag, of
  2. Knielen: minimaal 1 jaar en > 60 minuten per werkdag, of
  3. Tillen: minimaal 1 jaar en ≥ 10 kg 10 keer/week, of
  4. Springen: minimaal 10 jaar en meer dan gemiddeld 15 keer per werkdag

Preventie

Het uitgangspunt bij de preventie van gonartrose is de blootstelling aan de risicofactoren te verminderen of te elimineren. Bij het verminderen van de blootstelling wordt veelal onderscheid gemaakt naar het verminderen van de intensiteit (bijvoorbeeld in plaats van hurken staand werken) of verminderen van de blootstellingduur (bijvoorbeeld staand werken afwisselen met geknield werk).

De interventies kunnen onderverdeeld worden naar:

  • organisatie (bijvoorbeeld optimaliseren van de logistiek van goederen zodat minder getild hoeft te worden),
  • techniek (bijvoorbeeld inzet van nieuwe gereedschappen om staand werk bij het leggen van vloeren te bevorderen), of:
  • gedrag (bijvoorbeeld tijdens de opleiding tot chauffeur springen van de laadklep ontmoedigen)

Helaas zijn in de wetenschappelijke literatuur weinig goede studies gedaan naar de effectiviteit van preventie. Daarnaast dient voor een succesvolle preventie veel aandacht te worden besteed aan de implementatie van de maatregelen.

Individueel casemanagement

In eerste instantie symptoombestrijding

Er bestaat voor artrose geen behandeling die tot volledige genezing leidt. Bestrijding van symptomen gebeurt door interventies gericht op 'zelfmanagement', het verstrekken van adviezen over het vermijden van overmatige gewrichtsbelasting, het geven van pijnstillers, het geven van injecties met corticosteroïden in het gewricht en fysio- of oefentherapie. Het nadeel van de meeste pijnstillers is dat ze een aantal serieuze bijwerkingen hebben, zoals maagzweren en maagbloedingen.

Bij blijvende pijn gewrichtsvervangende operatie

In een later stadium is een gewrichtsvervangende operatie mogelijk. Het besluit om hiertoe over te gaan is met name afhankelijk van de ernst van de pijn en de leeftijd. Een dergelijke operatie kan gepaard gaan met complicaties en de prothese kan soms weer los gaan zitten. Geopereerde patiënten zijn in belangrijke mate pijnvrij en hebben een verbeterde gewrichtsfunctie.

Bron RIVM

Bronnen

Nederlands Huisartsen Genootschap, NHG standaard Niet traumatische knieproblemen bij volwassenen

Hemkes, E. Wordt artrose de nieuwe volksziekte? Mens en Wetenschap, April – Mei 2004, www.mensenwetenschap.nl (Het is niet mogelijk dit artikel te downloaden)

RIVM Nationaal Kompas Volksgezondheid,

Bewegingsstelsel en bindweefsel, Artrose