Aviaire influenza (vogelgriep)

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Vogelgriep of aviaire influenza wordt veroorzaakt door een griepvirus (influenza A-virus) dat veel voorkomt bij (water)vogels, maar ook in vele andere diersoorten kan worden gevonden.
  • Als mensen besmet raken met vogelgriep, dan zijn er meestal twee soorten ziekteverschijnselen: een oogontsteking (conjunctivitis) en/of een griepachtig ziektebeeld.
  • De verschijnselen variëren per type van het vogelgriepvirus: er zijn typen die weinig klachten geven en typen die veel gevaarlijker zijn voor de mens. Ook de weerstand speelt een rol.
  • In Nederland kwamen tot nu toe vooral de typen H7N7 en H7N3 voor. Deze typen geven vooral rode, tranende en jeukende ogen, ogen die pijnlijk en branderig zijn, pus in de ogen en de ogen zijn erg gevoelig voor licht. Bij de uitbraak van H7N7 in de Gelderse Vallei in 2003 had een deel van de patiënten ook griepachtige klachten met koorts en ten minste één van de volgende klachten: hoesten, loopneus, keelpijn, spierpijn of hoofdpijn. 
  • Een ernstiger type van het vogelgriepvirus is H5N1. De ziekteverschijnselen beginnen hierbij meestal met griepachtige klachten, koorts boven 38°C, diarree, braken, buikpijn, pijn op de borst, bloedingen uit de neus en het tandvlees. Ook treden vaak ademhalingsproblemen op met kortademigheid en heesheid. Soms wordt bloederig slijm opgehoest. Er zijn mensen overleden aan besmetting met H5N1, maar ook aan H7N7 (Nederland) en H7N3 (Canada).
  • Het is belangrijk het ziektebeeld vroeg te herkennen omdat snelle behandeling met antivirale middelen (binnen 24 uur) de kans op overleving en herstel bevordert.
  • Het is niet bekend of er specifiek gevoelige groepen zijn voor het vogelgriepvirus. Tot nu toe blijkt het type H5N1 vooral voor te komen bij kinderen en jong volwassenen.
  • Effecten van vogelgriep op de zwangerschap zijn (nog) niet bekend. Dat geldt ook voor het effect van de behandeling met antivirale middelen. Het risico van besmetting en het risico van het geneesmiddel moeten dan tegen elkaar afgewogen worden.

Oorzaken

  • Het vogelgriepvirus wordt meestal overgedragen via direct contact met besmette vogels of contact met mest. 
  • Risicosector(en):
    • Pluimveesector: pluimveehouders en medewerkers van transportbedrijven, slachterijen, pluimveebedrijven, ministeries en keuringsdiensten
    • Diergeneeskundige sector: dierenartsen en assistentes, laboranten
    • Gezondheidszorg: artsen en verpleegkundigen, laboranten
    • Landschapsbeheer: buitenmedewerkers
    • Waterbeheer: rioolwerkers en medewerkers van waterzuiveringsbedrijven
    • Risicoberoep(en)
    • Medewerkers betrokken bij ruimingen van met vogelgriep besmette dieren, zoals: dierenartsen, taxateurs, toezichthouders, personen betrokken bij screening en monstername en anderen die in de stallen van besmette dieren komen
    • Risico lopen ook degenen die besmet of verdacht pluimvee vervoeren, medewerkers van destructiebedrijven en laboratoriumpersoneel
    • Buitenwerkers van waterschappen en natuurbeschermingsorganen, terreinbeheerders, medewerkers van bouwbedrijven in waterwerken en anderen die in het werk met (dode) watervogels of pluimvee contact hebben
    • Werkers in de gezondheidszorg kunnen risico's lopen bij het verplegen van patiënten met een (verdachte) H5N1-infectie
    • Mensen die naar landen reizen waar H5N1 is aangetoond, lopen een risico afhankelijk van hun mogelijk contact met besmette vogels of patiënten
  • Tot op heden is er geen sprake van snelle en gemakkelijke overdracht van het gevaarlijke type H5N1 van dier op mens, laat staan van mens op mens. Het risico op besmetting is momenteel dus niet erg groot. Dat kan veranderen wanneer het virus verandert (iets wat bij influenzavirussen regelmatig gebeurt).

Diagnostiek

  • Om vogelgriep vast te stellen wordt onderzoek gedaan op een uitstrijkje van keel en neus (keel-neus-wat).
  • Bepaling van het virus kan binnen 24 uur via het Nationaal Influenza Centrum Rotterdam.
  • De GGD coördineert de afname en het vervoer van de monsters; de afname van de monsters wordt gedaan door een GGD-medewerker of door de huisarts.

Vóórkomen

  • In 2003 werden in Nederland 91 mensen besmet met het vogelgriepvirus type H7N7 (de blootgestelde groep was ongeveer 3.000 mensen). 
  • De meeste gevallen van vogelgriepvirus type H5N1 komen voor in Zuidoost Azië (China, Vietnam, Indonesië) en dan vooral bij kinderen en jong volwassenen.

Preventie

  • Om een uitbraak van vogelgriep onder pluimvee in te dammen wordt het besmette bedrijf en bedrijven in een straal eromheen preventief geruimd. In dat geval moeten de eigenaren van de besmette of verdachte bedrijven en hun gezinsleden en alle betrokkenen bij de uitvoering van de ruiming worden beschermd tegen het risico op infectie. Dit gebeurt in eerste instantie door de GGD . Voor deze situatie bestaan landelijke draaiboeken (zie onder meer informatie).
  • Aan medewerkers die betrokken zijn bij het ruimen van pluimvee, wordt geadviseerd om een wegwerpoverall met lange mouwen (bijvoorbeeld Tyvek) te dragen, een bril die de ogen goed afdekt, wegwerphandschoenen van nitril of vinyl en een FFP2 of FFP3 mondneusmasker. De schoenen moeten goed te reinigen zijn (laarzen van rubber of polyurethaan) of er moeten schoenhoesjes worden gedragen.
  • Deze maatregelen gelden ook wanneer iemand op een (mogelijk) besmet bedrijf of in een besmet gebied komt of wanneer men in contact komt met besmette of verdachte dieren.
  • Het wassen en ontsmetten van de handen moet geregeld gebeuren, zowel voor als na het aan- of uittrekken van handschoenen en mondneusmasker.
  • Werknemers die een risico lopen wordt naast gebruik van bovenstaande beschermingsmaatregelen geadviseerd zich te laten inenten tegen griep en eventueel antivirale middelen te gebruiken.

Meer informatie