Beroepsgebonden aangeboren afwijkingen

Een aangeboren afwijking is een afwijking of aandoening waarmee men geboren wordt. De symptomen, klachten of lichamelijke afwijkingen zijn aanwezig bij de geboorte. Een aangeboren afwijking kan erfelijk zijn, maar erfelijke aandoeningen en aangeboren afwijking zijn niet hetzelfde. Zo zijn er erfelijke aandoeningen die niet noodzakelijk al tot uiting komen bij de geboorte en tevens zijn er aangeboren afwijkingen die niet erfelijk zijn.

Enkele voorbeelden van aangeboren afwijkingen zijn hazenlip, syndroom van Down, klompvoet en open ruggetje.

Een aangeboren afwijking kan te maken hebben met diverse factoren.
Meestal is niet één enkele factor aan te wijzen en is de afwijking een gevolg van een complex samenspel. Goede en frequente medische zwangerschapsbegeleiding door verloskundige of gynaecoloog zijn noodzakelijk.

Oorzaken van aangeboren afwijkingen

De volgende factoren worden in verband gebracht met het krijgen van een kind met een aangeboren afwijking:

  • Stoornissen in een of meerdere genen.
  • Het tekort aan bepaalde voedingsstoffen, bijvoorbeeld foliumzuur.
  • Ioniserende straling, bijvoorbeeld als gevolg van de kernreactorramp bij Tsernobyl.
  • Infecties, zoals toxoplasmose.
  • Zuurstofgebrek tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte.
  • Trauma, bijvoorbeeld val op de buik of auto-ongeluk.
  • Roken, alcohol, drugs en medicijnen (bijv. Softenon).

http://nl.wikipedia.org/wiki/Teratogeen

Indeling van deze pagina

  1. Ziektebeeld / gezondheidsschade
  2. Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden
  3. Blootstelling belastende factoren
  4. Invloed van bijdragende factoren
  5. Beoordeling beroepsgebondenheid
  6. Epidemiologie
  7. Preventie
  8. Bronnen

 

1. Ziektebeeld / gezondheidsschade

Differentiaal diagnose
Er wordt in het algemeen een onderscheid gemaakt tussen genetische en niet-genetische oorzaken. Bij deze laatste zijn ziektes van de moeder van belang (diabetes mellitus en PKU en infecties zoals rubella en CMV). Verder moet gedacht worden aan teratogenen binnen en buiten het werk (medicatie, alcohol, drugs en fysische invloeden zoals ioniserende straling). Nog steeds is van meer dan 40% van alle congenitale afwijkingen de oorzaak onbekend.

Wat betreft de aandoeningen die het meest met werkgebonden factoren in verband worden gebracht scoren het open ruggetje en de gespleten lip en /of het gehemelte het hoogst.

Prognose
Er is geen eenduidige prognose te geven van de gevolgen van aangeboren afwijkingen en evenmin van die afwijkingen waar werkgebonden factoren wellicht een bijdrage hebben geleverd. Dit hangt uiteraard af van het soort aandoening.

<Terug naar de top>

2. Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden

De exacte bijdrage van werkfactoren op het risico voor het krijgen van een te vroeg geboren kind is niet bekend. Wel blijkt uit de literatuur dat zwangere vrouwen een verhoogd risico lopen op aangeboren afwijkingen, wanneer zij in hun werk worden blootgesteld aan één of meer van de volgende factoren:

Zie ook: NVAB-Richtlijn “Zwangerschap, postpartumperiode en werk” 2007 en het rapport GR Preconceptiezorg.

<Terug naar de top>

3. Blootstelling / belastende factoren

  • Organische oplosmiddelen
  • Chemotherapeutica
  • Bestrijdingsmiddelen
  • Bepaalde metalen als lood en kwik
  • Ioniserende straling (> 1 milli Sievert)
  • Biologische agentia

Beroep waar de beroepsziekte voorkomt

Voorbeelden:

  • Laborante
  • Operator
  • Verpleegkundige
  • Werknemers in parfumfabrieken
  • Radiologische werkers
  • Werkers in de land- en tuinbouw

Epidemiologie
Grote aangeboren afwijkingen komen in 3-4% van alle levend geboren kinderen voor. Kleine aangeboren afwijkingen komen vaker voor. De oorzaak van deze afwijkingen ligt vaak in de eerste weken van de embryonale ontwikkeling (meestal voor de 8e week na de conceptie). Grote aangeboren afwijkingen (zoals open ruggetje en gespleten gehemelte) hebben medische dan wel sociale gevolgen en over het algemeen is chirurgisch ingrijpen noodzakelijk Kleine aangeboren afwijkingen (zoals een bijoortje) hebben vooral cosmetische betekenis en behandeling is zelden nodig.

<Terug naar de top>

4. Invloed van bijdragende factoren

Er wordt in het algemeen een onderscheid gemaakt tussen genetische en niet-genetische oorzaken. Bij deze laatste zijn ziektes van de moeder van belang (diabetes mellitus en PKU en infecties zoals rubella en CMV). Verder moet gedacht worden aan teratogenen binnen en buiten het werk (medicatie, alcohol, drugs en fysische invloeden zoals ioniserende straling). Nog steeds is van meer dan 40% van alle congenitale afwijkingen de oorzaak onbekend.

<Terug naar de top>

5. Beoordeling beroepsgebondenheid

Op individueel niveau is het moeilijk om een aangeboren afwijking toe te schrijven aan een specifieke werkgebonden oorzaak. Op basis van de bekende epidemiologische gegevens moet er rekening worden gehouden met de werkfactoren waarvan bekend is dat er een verhoogd risico is op het ontstaan van aangeboren afwijkingen Zo zijn er aanwijzingen dat blootstelling aan hoge concentraties van bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen, organische oplosmiddelen en cytostatica, een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen kan geven.

<Terug naar de top>

6. Preventie en individueel case management

Wanneer een zwangere niet of in sommige gevallen minder aan een bepaalde werkfactor wordt blootgesteld, zal daarmee de bijdrage van het werk op het krijgen van een aangeboren verdwijnen of op zijn minst verminderen.

Op individueel niveau is veel gevallen moeilijk aan te geven in hoeverre bepaalde werkgebonden factoren een aangeboren hebben veroorzaakt. Op basis van de genoemde factoren is uit de epidemiologie wel bekend welke factoren een hoger risico geven op een vroeggeboorte..

In oktober 2007 is de NVAB Richtlijn “Zwangerschap, postpartumperiode en werk” verschenen waarin de advisering en begeleiding door de bedrijfsarts aan de orde komen. (PDF, 48 pagina's http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R199476835950460 ),

Zie ook GR rapport Preconceptiezorg:

Gezondheidsraad. Preconceptiezorg: voor een goed begin. Den Haag: Gezondheidsraad, 2007; publicatienr. 2007/19.
http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/200719.pdf

<Terug naar de top>

7. Bronnen

Leerboek(en):
Algemeen: Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Onder redactie van Heineman M.J., Evers J.L.H., Massuger L.F.A.G., Steegers E.A.P. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen, 6e druk, 2007

Websites:
www.nvab-online.nl

NVAB Richtlijn:
Zwangerschap, postpartumperiode en werk (PDF document, 48 pagina's:
http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R199476835950460

Achtergronddocument NVAB Richtlijn (PDF document, 128 pagina's:
http://nvab.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_340_TICH_R199477498939249

<Terug naar de top>