Beroepsgebonden laag geboortegewicht

Een kind dat te vroeg geboren wordt of een te laag geboortegewicht heeft, heeft meer kans op gezondheidsproblemen. Hoe korter de zwangerschap heeft geduurd, hoe onrijper alle organen van het kind zijn. Dit kan bij de geboorte onder meer leiden tot problemen met de ademhaling, de bloedsomloop en de zuurstofvoorziening in de hersenen en andere vitale organen.

Bij het geboortegewicht worden in het algemeen twee grenswaarden aangehouden. Een geboortegewicht van minder dan 1.500 gram wordt aangeduid als 'erg laag' en een geboortegewicht tot 2.500 gram wordt 'laag' genoemd.

Voor allochtone bevolkingsgroepen gelden andere normen, vertaald in speciale groeicurves voor consultatiebureaus.

Een laag geboortegewicht kan te maken hebben met diverse factoren.
Meestal is niet één enkele factor aan te wijzen en is de afwijking een gevolg van een complex samenspel. Goede en frequente medische zwangerschapsbegeleiding door verloskundige of gynaecoloog zijn noodzakelijk.

Oorzaken van laag geboortegewicht
Er zijn uiteenlopende factoren van invloed op het geboortegewicht. Allereerst kunnen hoge bloeddruk en onvoldoende placentadoorbloeding groeivertraging tot gevolg hebben. Risicofactoren voor het krijgen van een kind met een te laag geboortegewicht zijn:

  • een slechte voedingstoestand (ernstige ondervoeding)
  • roken
  • hoge leeftijd van de moeder

Een slechte voedingstoestand komt tegenwoordig nauwelijks meer voor. Roken is de belangrijkste beïnvloedbare determinant voor groeivertraging. Vooral in het laatste trimester van de zwangerschap is roken schadelijk. Het gemiddelde effect van roken op geboortegewicht is een verlaging van 150-250 gram. Momenteel rookt 32% van de 20-34 jarige vrouwen. Uit een onderzoek onder zwangere vrouwen bleek dat 69% van degenen die voor de zwangerschap rookte, de gehele zwangerschap doorgerookt had (Adriaanse et al., 1996). Slechts 17% was geheel gestopt met roken en de rest had een deel van de zwangerschap niet gerookt.

De meeste studies laten zien dat vrouwen van boven de 35 jaar een verhoogde kans hebben op een kind met een laag geboortegewicht. In een Zweedse bevolkingsonderzoek hadden vrouwen van boven de 35, die voor het eerst zwanger waren, een ruim twee maal verhoogd risico op een kind met een gewicht van minder dan 2.500 gram dan vrouwen van 20-24 jaar. Voor vrouwen van boven de 40 was het risico 2,5 maal zo groot (Cnattingius et al., 1992).


  1. Ziektebeeld / Gezondheidsschade
  2. Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden
  3. Blootstelling / belastende factoren
  4. Invloed van bijdragende factoren
  5. Beoordeling beroepsgebondenheid
  6. Preventie en individueel case management
  7. Bronnen

 

1. Ziektebeeld / Gezondheidsschade

In de literatuur worden drie maten gebruikt:

• Laag geboortegewicht: < 2500 gram
• Erg laag geboortegewicht: < 1500 gram
• Small for gestational age: bedoeld is een laag of erg laag geboortegewicht gerelateerd aan de duur van de zwangerschap.
Deze laatste maat wordt als meest betrouwbaar beschouwd voor een inschatting van de medische consequenties.

Prognose

Wordt het kind levend geboren, dan is zijn toestand afhankelijk van de zwangerschapsduur en van de ernst en oorzaak van de groeivertraging. Bij uteroplacentaire insufficiëntie is het risico van hypoglycaemie verhoogd omdat de glycogeenreserve in de lever is uitgeput. Dit kan leiden tot convulsies met hersenbeschadiging.

 

2. Relatie met beroep / arbeidsomstandigheden

De exacte bijdrage van werkfactoren op het risico voor het krijgen van een kind met een (te) laag geboortegewicht is niet bekend. Wel blijkt uit de literatuur dat zwangere vrouwen een verhoogd risico lopen op een laag geboortegewicht, wanneer zij in hun werk worden blootgesteld aan één of meer van de volgende factoren:

  • Fysiek belastend werk
  • Stresserende werkomstandigheden
  • Ploegendienst en nachtdienst
  • Narcosegassen
  • Lawaai
  • Infecties
  • Extreme temperaturen

Verwezen wordt ook naar het Achtergronddocument van de NVAB-Richtlijn 'Zwangerschap, postpartumperiode en werk' 2007.

<terug naar de top>

3. Blootstelling / belastende factoren

Zwangere vrouwen die fysiek zwaar werk verrichten hebben ongeveer 30%  meer kans op het krijgen van een kind met een laag geboortegewicht dan vrouwen die dat niet doen (Mozurkewich et al., 2000).

In een interventiestudie werd gevonden dat onregelmatige diensten of nachtdienst het risico op het krijgen van een kind met een laag geboortegewicht verhoogt (Croteau, 2006). Aanpassing van de diensten voor de 24e week van de zwangerschap laat deze negatieve effecten verdwijnen.

Werkstress tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op het krijgen van een kind met een laag geboortegewicht. Hierbij lijkt sprake te zijn van een dosis-respons relatie: hoe meer werkstress wordt ervaren des te meer kans op het krijgen van een kind met een laag geboortegewicht.

Beroep waar de beroepsziekte voorkomt

Voorbeelden:

  • Schoonmaakwerk
  • Verplegende en verzorgende beroepen
  • Verloskundigen
  • Artsen in opleiding
  • Politie
  • Kinderdagverblijven

Epidemiologie

Verwezen wordt naar het leerboek (Heineman, 2007) en de NVAB-Richtlijn 'Zwangerschap, postpartumperiode en werk' 2007. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 10.000 kinderen geboren met een laag geboortegewicht (5-8%). Het aandeel beroepsgebonden wordt geschat op 5% (500 per jaar).

<terug naar de top>

4. Invloed van bijdragende factoren

  • een slechte voedingstoestand (ernstige ondervoeding)
  • roken
  • hypertensie van de moeder
  • hoge leeftijd van de moeder
  • sociaal economische status

 

5. Beoordeling beroepsgebondenheid

Op individueel niveau is het moeilijk om het krijgen van een kind met een (te) laag geboortegewicht toe te schrijven aan een specifieke werkgebonden oorzaak. Op basis van de bekende epidemiologische gegevens moet rekening worden gehouden met de werkfactoren waarvan bekend is zij het risicoverhogend kunnen werken. Zo zijn er aanwijzingen dat fysiek zwaar werk, stresserende werkomstandigheden, onregelmatige diensten en bepaalde infecties van de moeder een negatief effect kunnen hebben op het geboortegewicht van het kind.

<terug naar de top>

6. Preventie en individueel case management

Het belangrijkste aangrijpingspunt voor preventie van een te laag geboortegewicht is het rookgedrag van zwangere vrouwen. Gedragstherapie om vrouwen, ook als ze reeds zwanger zijn, te helpen stoppen met roken is dan ook zinvol. Verlaging van de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen is moeilijker te realiseren. Wel zou dit een duidelijk preventief effect hebben op laag geboortegewicht. Op het gebied van infecties bij pasgeborenen zijn er verschillende preventieve maatregelen mogelijk.
In oktober 2007 is de NVAB-Richtlijn 'Zwangerschap, postpartumperiode en werk' verschenen waarin de advisering en begeleiding door de bedrijfsarts aan de orde komen.

7. Bronnen

Leerboek(en):

  • Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Onder redactie van Heineman M.J., Evers J.L.H., Massuger L.F.A.G., Steegers E.A.P. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen, 6e druk, 2007.

Website(s):

Achtergrond(en):