Brucellose

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Een infectie met Brucellose kan plotseling beginnen (acuut of subacuut) of sluipend ontstaan (chronisch). Soms verloopt een infectie zonder klachten of verschijnselen (subklinisch). De ziekte kan enkele dagen duren, soms duurt het maanden en in een enkel geval mogelijk zelfs meer dan een jaar voor genezing optreedt.
  • Meestal begint Brucellose sluipend met geringe koorts zonder verdere verschijnselen. De koorts heeft een typisch golvend temperatuurverloop (febris undulans) en dat is het meest karakteristieke verschijnsel. Daarnaast voelen mensen zich niet helemaal lekker met wat hoofdpijn en gewrichtsklachten.
  • De tijd tussen besmetting en begin van de ziekte wisselt van enkele dagen tot maanden (gemiddeld een tot twee maanden). Bij acute infecties is dit enkele (maximaal zes) dagen.
  • Bij chronische verschijnselen is geen sprake van een maximale periode tussen besmetting en ziekte. Chronische infecties manifesteren zich meestal binnen zes maanden, maar kunnen ook veel later (na jaren) pas verschijnselen geven.
  • Bij deze chronische vorm voelt men zich niet lekker (malaise), heeft gebrek aan eetlust, valt af en voelt zich lusteloos. In een klein aantal gevallen worden bij onderzoek een vergrote lever, milt en lymfeklieren gevonden en een pijnlijke wervelkolom.
  • Complicaties bij Brucellose zijn ontstekingen in de hartspier (bacteriële endocarditis), nieren (nefritis), hersenen (meningo-encefalitis), beenmerg (osteomyelitis) en teelbal (orchitis).
  • Brucellose wordt behandeld met antibiotica. In 90% van de gevallen leidt dit tot volledig herstel.
  • In 10% van de gevallen kunnen ernstige of langdurige gewrichts-, hart- of neurologische klachten optreden.
  • Het is niet duidelijk hoe lang men na het doormaken van de ziekte immuun blijft, maar mensen die de infectie hebben doorgemaakt, lopen minder kans op een herinfectie.

Oorzaken

  • Brucellose is een infectieziekte die door dieren op de mens wordt overgebracht (zoönose).
  • Brucellose wordt veroorzaakt door verschillende typen Brucella bacteriën die elk hun eigen ziektebeeld kennen. Bijvoorbeeld Brucella abortus (veroorzaker van de ziekte van Bang), Brucella melitensis (veroorzaker van de Maltakoorts of Brucellose mediterrane), Brucella suis (varkens-brucellose) en Brucella canis (honden).
  • De bacteriën kunnen aanwezig zijn in geiten, schapen, kamelen (B. melitensis), varkens (B. suis) en rundvee (B. abortus); vooral in nageboorte en in geaborteerd vee. Ook honden, paarden en konijnen kunnen worden besmet, maar besmette en besmettelijke dieren hoeven geen ziekteverschijnselen te vertonen.\
  • De overdracht van de bacterie is van dier naar mens. Een mens met Brucellose is zelf niet besmettelijk.
  • De bacterie komt in het lichaam door de beschadigde huid, via de mond of de luchtwegen.
  • Besmetting bij mensen treedt op door het drinken van besmette melk, het verzorgen van besmette dieren of contact met kadavers, waarbij besmetting kan optreden via snij- en schaafwondjes.
  • De Brucella bacteriën groeien langzaam, zijn bestand tegen uitdroging, maar gevoelig voor zuur en verhitting.
  • Brucellose is een van de meest voorkomende beroepsmatige infecties in laboratoria omdat enkele bacteriën al voldoende zijn voor een infectie.
  • Risicoberoepen zijn alle beroepen waarbij sprake is, of kan zijn, van contact met bovengenoemd dieren of dierproducten. Het is een ziekte die voornamelijk voor kan komen bij boeren, slachthuispersoneel, slagers, vleesinpakkers, landbouwtechnici en laboranten.
  • Een extra risico voor veeartsen vormt de besmetting via huidwondjes of van de oogslijmvliezen met het brucellavaccin.

Diagnostiek

  • De klachten en verschijnselen bij Brucellose lijken op die van vele andere ziekten. Daarom moet voor de diagnose de bacterie aangetoond worden met een kweek. 
  • Bij de helft van de patiënten vindt men in het begin van de ziekte de bacterie in het bloed. Later tijdens het beloop van de ziekte, kan men de bacterie ook kweken uit geïnfecteerde lymfeklieren, beenmerg of lever.
  • Meestal wordt de diagnose gesteld door het bepalen van specifieke afweerstoffen in het bloed (serologisch onderzoek).

Vóórkomen

  • Dankzij intensieve bestrijding onder rundvee en de pasteurisatie van melk is het vóórkomen van B. abortus in Nederland beperkt. Ook de andere vormen van Brucellose komen in Nederland sporadisch voor.
  • Aangezien bepaalde soorten (met name B. melitensis) in de landen rond de Middellandse Zee veel voorkomen, moet men rekening houden met de aanwezigheid van deze ziekte onder toeristen, zakelijke reizigers en de uit deze landen afkomstige buitenlandse werknemers. Reservoirs voor de bacteriën zijn daar vee (koeien, varkens, geiten, schapen) en honden.
  • De infectie komt het meest voor bij mannen van 10 tot 40 jaar.
  • Het aantal meldingen van brucellose in Nederland varieerde tussen 1988 en 2005 van 1 tot 10, met een gemiddelde van 4 gevallen per jaar. 
  • Van de 24 patiënten die in de periode 2003 tot mei 2007 zijn gemeld, werden er 12 besmet in Turkije, 6 in andere landen in het Midden-Oosten, één in Pakistan, één in Spanje en 4 in Nederland. Van deze vier was bij twee personen de bron onbekend, éénmaal was de patiënt vermoedelijk besmet via geïmporteerde geitenkaas en één geval betrof mogelijk een laboratoriuminfectie. Bij de in het buitenland besmette personen was de bron meestal consumptie van kaas of rauwe melk.
  • In de periode 2001-2006 werden twee arbeidsgerelateerde ziektegevallen gemeld.

Preventie

  • Uitroeien van de ziekte bij dieren.
  • Geen rauwe melk drinken.
  • Hygiëne en hygiënemaatregelen.
  • Omdat Brucellose in Nederland nauwelijks voorkomt, richten algemene preventiemaatregelen zich momenteel alleen op reizigers naar de bekende besmette gebieden en personen die beroepsmatig in contact kunnen komen met brucellose.
  • Voor reizigers naar de bekende besmette gebieden (al dan niet beroepsmatig; óók stagiaires) gelden de volgende adviezen:

Drink geen rauwe melk en eet of drink geen lokaal vervaardigde producten gemaakt van rauwe melk.
Vermijd het bijwonen van geboortes van dieren bij wie een Brucella-infectie kan vóórkomen.

  • In het werk moeten systematisch de hygiënemaatregelen worden toegepast bij contact met potentieel besmette dieren (denk ook aan slachthuiswerkers, veehouders, dierenartsen, microbiologen en analisten).
  • Dat geldt ook voor medewerkers van laboratoria die met materialen werken die mogelijk Brucellae kunnen bevatten. Brucella bacteriën behoren tot de biologische agentia met risicoclassificatie 3 en dus moeten laboratoriummedewerkers die kunnen worden blootgesteld, beheersmaatregelen nemen die behoren bij beheersingsniveau 3.

Meer informatie