Carpaal tunnel syndroom

 Bron: arboportaal

Ziektebeeld

  • Bij het carpale tunnel syndroom ontstaan klachten door een beknelling van de middelste armzenuw (nervus medianus) in de “carpale tunnel”. De carpale tunnel vormt een soort 'doorgeefluik' ter hoogte van de overgang van de onderarm naar de hand. Door deze tunnel lopen 9 pezen en 1 zenuw. De pezen - omgeven door een vlies - zijn de uitlopers van de spieren in de onderarm die beweging van de pols en de vingers verzorgen. De zenuw zorgt voor de prikkels naar de kleine spiertjes in de hand en verzorgt het gevoel en de tastzin van de duim, de wijsvinger, de middelvinger en de helft van de ringvinger.
  • De klachten, die vooral ’s nachts optreden zijn hinderlijke tintelingen in handpalm en vingers, onhandigheid bij het gebruik van de hand, brandende pijn en/of stoornissen in het gevoel.

Oorzaken

  • Het is vaak moeilijk te bepalen wat de specifieke oorzaken zijn van de beknelling die de oorzaak is van het carpale tunnel syndroom. 
  •  Persoonsgebonden risicofactoren zijn onder andere overgewicht, zwangerschap, suikerziekte (diabetes mellitus) en reuma (reumatoïde artritis).
  • Werkgebonden risicofactoren zijn vaak herhaalde bewegingen, kracht zetten, extreme stand van de pols (gebogen of gestrekt), hand-armtrillingen, kou of een combinatie van deze factoren.

Diagnostiek

  • De diagnose wordt gesteld op basis van de typische klachten en verschijnselen, eventueel aangevuld met onderzoek naar de spieractiviteit en zenuwgeleiding.
  • Als de oorzaken in het werk liggen, kan er sprake zijn van een beroepsziekte. Om dit te bepalen kan de bedrijfsarts de mate van werkgerelateerdheid vaststellen met behulp van de registratierichtlijn D001 van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. 
  • De bedrijfsarts zal naar een neuroloog verwijzen bij twijfel over de diagnose. 
  •  De huisarts of medisch specialist verwijst naar de bedrijfsarts als hij/zij vermoedt dat de klachten door het werk zijn ontstaan.

Vóórkomen

  • Het carpale tunnel syndroom komt in Nederland voor bij 9% van de vrouwen en bij 0,6% van de mannen.
  • In de jaren 2000 t/m 2006 zijn bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten 398 gevallen van werkgebonden carpale tunnel syndroom gemeld (50-80 beroepsziektemeldingen per jaar).
  • Risicoberoepen zijn slager, slachter, assemblagewerker, kassamedewerker, steigerbouwer, kledingproductiemedewerker, wasserijmedewerker, musici, schoonmaakpersoneel, tandartsen en mondhygiënisten.

Preventie

  • Als werkgebonden factoren de klachten veroorzaken of verergeren, zijn aanpassingen in het werk of de werkomstandigheden noodzakelijk. Schakel zo nodig een (werkplek)deskundige in.
  • De bedrijfsarts kan de belemmerende factoren in kaart brengen en de werknemer en werkgever zo nodig adviseren het werk of de werkplek aan te passen.
  • Bij voorkeur wordt het werk zo veel mogelijk volgehouden en worden alleen de pijnlijke werkzaamheden vermeden.
  • De bedrijfsarts bekijkt binnen drie weken of de getroffen maatregelen effect hebben en of er spontaan herstel is opgetreden.

Meer informatie