Composteerderslong

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Mensen die werkzaam zijn in de glastuinbouw kunnen door blootstelling aan schimmeldeeltjes een extrinsieke allergische alveolitis ontwikkelen (EAA). Dit wordt wel de tuinderslong genoemd.
  • Bij een extrinsieke allergische alveolitis (EAA) treedt een allergische reactie op in de longen tegen specifieke chemische stoffen of schimmeldeeltjes. De allergische reactie geeft een ontstekingsreactie in het longweefsel, de longblaasjes (alveoli) en de kleinste luchtwegen (bronchioli). Hierdoor wordt de het transport van zuurstof uit de longen naar het bloed bemoeilijkt.
  • De tuinderslong kan plotseling of sluipend optreden.
  • De plotseling optredende (acute) vorm van de tuinderslong uit zich in klachten van de luchtwegen, koorts en griepachtige klachten (kortademigheid / benauwdheid, hoesten en algeheel onwel bevinden met spierpijn, hoofdpijn, moeheid en koorts) 4-6 uur na het begin van de blootstelling. Deze vorm geneest meestal volledig na het staken van de blootstelling
  • Bij de sluipende (chronische) vorm ontwikkelt de kortademigheid zich geleidelijk en kan gewichtsverlies optreden. Er zijn geen plotseling klachten zoals hierboven beschreven. Deze chronische vorm kan snel verergeren en leiden tot blijvende schade aan de longen en arbeidsongeschiktheid. Het komt echter ook voor dat de aandoening weer verdwijnt, ook bij het voortduren van de blootstelling.
  • Er bestaat ook een tussenvorm (subacute) waarbij patiënten aangeven naast toenemende kortademigheid ook acute episoden doorgemaakt te hebben.
  • De verschijnselen bij de acute vorm vertonen veel overeenkomst met de inhalatiekoorts die kan ontstaan na de inademing van endotoxine bevattende stofdeeltjes (zie ook: toxisch organisch stof syndroom - ODTS).
  • De tuinderslong is betrekkelijk zeldzaam. Zeker als de ziekte geleidelijk ontstaat, wordt vaak niet direct aan een verband met het werk gedacht.

Oorzaak

  • De tuinderslong ontstaat door een allergische reactie tegen schimmeldeeltjes.
  • De kans op blootstelling aan schimmeldeeltjes heeft waarschijnlijk te maken met de wijze van telen (zogenaamd eb- en vloedsysteem, aanwezigheid van bladloof) maar hier is tot nu toe geen onderzoek naar verricht.
  • Er is geen helder verband tussen blootstelling en effect. Kortdurende en hoge blootstelling kan leiden tot de acute vorm van de tuinderslong. Langdurigere en lagere blootstelling geeft een meer sluipend beloop. Bovendien geeft voortzetten van de blootstelling na de diagnose niet altijd een verslechtering, terwijl na het stoppen van de blootstelling de longfunctie verder achteruit kan gaan.
  • De tuinderslong komt vaker voor bij mensen die niet roken. Als rokers de ziekte krijgen, verloopt die vaak wel ernstiger.

Diagnostiek

  • De diagnose wordt gesteld op grond van de het typische klachtenpatroon, aangevuld met lichamelijk onderzoek, longfunctieonderzoek en bloedonderzoek.
  • Met behulp van de bepaling van specifieke afweerstoffen in het bloed (allergologisch onderzoek) kan men een duidelijke aanwijzing voor de oorzaak krijgen. De aanwezigheid van deze specifieke afweerstoffen is echter niet bewijzend voor de diagnose.
  • Het expres opwekken van klachten (provocatie) door blootstelling op de werkplek of in het ziekenhuis kan belangrijk zijn voor het stellen van de diagnose.
  • Onderzoek op de werkplek is van belang om de precieze blootstelling te bepalen.
  • Het is mogelijk biologische agentia (bacteriën, schimmels e.d.) aan te tonen met metingen in de lucht, waarbij men het aantal levensvatbare kolonies telt. Een andere benadering is het bepalen van de specifieke afweerstoffen in het bloed van blootgestelde werknemers. Ook die vormen een maat voor (veranderingen in) de mate van blootstelling.
  • Om vast te stellen of het ziektebeeld een beroepsziekte is, zijn er richtlijnen opgesteld door het NCvB; Diagnostiek > Long- en luchtwegaandoeningen > Extrinsieke allergische alveolitis (EAA).

Vóórkomen

  • Het is niet bekend hoe vaak de tuinderslong voorkomt bij mensen die in de glastuinbouw werken. Er zijn enkele gevallen bekend bij onder meer de teelt van rozen, begonia’s, trachelia’s en tomaten. De tuinderslong komt waarschijnlijk zelden voor.

Preventie

  • Als dat mogelijk is bij de teelt omstandigheden vermijden die de groei van schimmels en vorming van schimmelsporen bevorderen.
  • Als de aanwezigheid van schimmels en schimmelsporen in de werkomgeving waarschijnlijk is, is het raadzaam om bij werkzaamheden die kunnen leiden tot stofblootstelling (schoonmaken, opruimen van loof etc.) adembescherming te dragen.
  • Preventief Medisch Onderzoek (PMO) kan een bijdrage leveren aan vroege opsporing.
  • De bedrijfsarts doet er goed aan om voor deze aanpak te overleggen met een klinisch arbeidsgeneeskundig centrum (NKAL, NCvB, ACAG).

Meer informatie