Compressieneuropathie

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Zenuwbeschadiging (-letsel, -verlamming) op de plaats waarop druk is uitgeoefend.
  • De beschadiging kan door acute of chronische druk ontstaan. Meestal gaat het om één zenuw.
  • Zenuwcompressie kan plaatselijk verlies van beschermende cellen rond de zenuw veroorzaken en uiteindelijk leiden tot afsterven van zenuwen. De dikste zenuwen zijn het meest gevoelig voor druk.
  • Neuropathie uit zich in problemen met de gevoelszenuwen met klachten als een doof gevoel, tintelingen, branderig gevoel (vaak erger bij aanraking) en door problemen met de zenuwen naar spieren (motorische zenuwen) met klachten van krachtverlies.
  • Bij het Carpale Tunnel Syndroom (CTS) ontstaat zenuwbeschadiging van de nervus ulnaris bij de elleboog, de nervus medianus in de hand of de nervus peroneus bij het kuitbeenkopje. Samen vormen deze vormen van CTS het grootste deel van alle zenuwbeschadigingen door druk.
  • Een klapvoet of dropvoet treedt op als de voorvoet niet goed kan worden opgetild door zwakte van de voetheffers. De klapvoet kan ontstaan door beschadiging van de zenuwwortel (ter hoogte van rugwervel L5), maar ook door druk op de nervus peroneus, bijvoorbeeld door langdurig met de benen over elkaar te zitten.
  • Een zeldzame vorm van zenuwbeschadiging door druk is de steigerbouwer schouder (druk van steigerelementen op de schouder en beschadiging van de nervus thoracis longis).
  • Zenuwbeschadiging door druk kan met of zonder operatie behandeld worden.

Oorzaken

  • Langdurige en/of herhaalde, directe of indirecte, druk op de betreffende zenuw in het werk.
  • De beschadiging kan ook ontstaan zijn doordat er gedurende het werk sprake is van extreem buigen of uitrekken van de zenuw. Ook kunnen trillingen een bestaande zenuwbeschadiging verergeren.
  • Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) komt vaker voor bij vrouwen, vooral tussen 40 en 60 jaar.
  • Mogelijke risicofactoren voor CTS zijn geslacht, leeftijd, overgewicht, zwangerschap, verwijdering van de eierstokken, suikerziekte (diabetes mellitus), te langzaam of te sterk werkende schildklier (hypothyreoïdie, hyperthyreoïdie), reumatoïde artritis en andere, meer zeldzame, aandoeningen van het spier-skeletstelsel die anatomische afwijkingen van de carpale tunnel kunnen veroorzaken.
  • Werkgebonden risicofactoren zijn vaak herhaalde bewegingen (kort-cyclisch werk), forse krachtsuitoefening met de hand, hand-armtrillingen, ongunstige pols/werkhoudingen en een combinatie van bovenstaande factoren.

Diagnostiek

  • Typisch klachtenpatroon en verschijnselen aangevuld met klinisch neurofysiologisch onderzoek (KNF-onderzoek; een combinatie van EMG en zenuwgeleidingsonderzoek).
  • De combinatie van het klinische beeld met afwijkingen in het zenuwgeleidingsonderzoek wordt beschouwd als gouden standaard.
  • Als de oorzaken overwegend in het werk liggen, is sprake van een werkgebonden aandoening of beroepsziekte. Om dit te bepalen kan de bedrijfsarts de mate van werkgerelateerdheid vaststellen met behulp van een registratierichtlijn (H001) opgesteld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
  • De bedrijfsarts zal naar huisarts en/of medisch specialist verwijzen bij twijfel over de diagnose en wanneer de klachten ondanks behandeling langer dan twee maanden duren.
  • De huisarts of medisch specialist verwijst naar de bedrijfsarts als wordt vermoed dat de klachten door het werk zijn ontstaan.

Vóórkomen

  • Het Carpale tunnelsyndroom (CTS) komt in Nederland bij 9% van de volwassen vrouwen en bij 0,6% van de volwassen mannen voor.
  • Een klapvoet kan op alle leeftijden voorkomen, vaker bij mannen dan bij vrouwen.
  • Van 2000 t/m 2006 werden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten 398 gevallen van werkgebonden Carpale tunnelsyndroom gemeld (50-80 per jaar) en 42 gevallen van andere vormen van zenuwbeschadiging door druk (4-11 per jaar).
  • Risicoberoepen voor zenuwbeschadiging door mechanisch invloed (druk, kracht, herhaalde bewegingen): slagers, slachters, assemblage werkers, kassamedewerkers, steigerbouwers, kledingproductiemedewerkers, musici, schoonmaakpersoneel, administratief medewerkers, kantoorpersoneel, computeroperators, aardbeienplukkers.
  • Risicoberoepen voor zenuwbeschadiging door hand-armtrillingen: slopers, bosarbeiders, tandartsen.

Preventie

  • Als de klachten door werkgebonden factoren worden veroorzaakt of verergerd zijn aanpassingen in het werk of de werkomstandigheden noodzakelijk.
  • De bedrijfsarts bepaalt of er in een individueel geval sprake is van overbelasting in de werksituatie aan de hand van de volgende risicofactoren: vaak herhaalde bewegingen (kort-cyclisch werk), frequente en/of langdurige handbelasting, hand-armtrillingen, ongunstige werkhoudingen (meer dan 30 graden uit de neutrale polsstand) en een combinatie van bovenstaande factoren.
  • Met behulp van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RIE), werkplekonderzoek en arbeidsanamnese worden de werkgebonden risicofactoren in kaart gebracht. Het verdient de voorkeur om werkgerichte aanpak (aanpassen houding, belastingsduur) en persoonsgerichte aanpak (oefeningen, trainingen) te combineren.
  • De bedrijfsarts brengt herstelbelemmerende factoren in kaart en adviseert de werknemer en werkgever over oplossingen zoals vermindering van werkgebonden belastende factoren, aangepast werk, geleidelijke opbouw in werkzaamheden, en gerichte verwijzing bij bijkomende problematiek.
  • Na operatie kan het werk gemiddeld na twee tot vier weken worden hervat, afhankelijk van het al of niet doen van handarbeid. Werkhervatting moet niet plaats vinden voordat de wond volledig genezen is.
  • Om de kans op een geslaagde duurzame werkhervatting te vergroten en de kans op terugvallen te verkleinen, moeten bekende risicofactoren worden verminderd: minder herhaalde bewegingen, ongunstige houdingen en krachtsuitoefening. Daarnaast wordt meer taakafwisseling en taakroulatie geadviseerd, gecombineerd met persoonlijke ergonomische training.

Meer informatie