Hepatitis C

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Hepatitis C is een leverontsteking door infectie met het hepatitis C virus (HCV).
  • De tijd tussen besmetting en ziekte bedraagt gemiddeld twee maanden (spreiding 2-31 weken).
  • Meestal verloopt de ziekte zonder symptomen, slechts een klein percentage van de patiënten heeft duidelijke klachten in het eerste stadium.
  • Is de ziekte vergevorderd, dan zijn er tekenen van leverbeschadiging zoals geelzucht, vocht in de buik, een opgezette lever en milt of bloedingen uit spataderen in de slokdarm. Ook kunnen klachten over vermoeidheid voorkomen.
  • Bij 20-30% van de patiënten is sprake van verminderde eetlust, vage buikklachten, misselijkheid en braken en bij 10-15% ook van geelzucht.
  • Van alle besmette personen krijgt 80% een chronische infectie. Bij hen blijft het virus in het bloed, maar zij hebben aanvankelijk weinig klachten. Op de lange duur krijgt van de mensen met een chronische hepatitis C infectie 10-20% een levercirrose (leverweefsel wordt vervangen door bindweefsel en vet en functioneert niet meer). Ook krijgt 1-4% leverkanker.
  • Het is mogelijk mensen met hepatitis C in het bloed te behandelen en dit leidt bij een steeds groter percentage tot volledige genezing. Daarom is het opsporen van mensen die besmet zijn erg belangrijk.
  • Iedereen met een chronische actieve hepatitis C krijgt behandeling aangeboden tenzij er redenen zijn daarvan af te zien. Bij de behandeling van hepatitis C wordt gebruik gemaakt van een combinatie van twee medicijnen (Peginterferon en ribavirine).
  • De behandeling is zwaar, duurt 24 tot 48 weken en geeft veel bijwerkingen zoals koorts, grieperig gevoel, psychische bijwerkingen, misselijkheid en huidproblemen.
  • De kans op slagen van de therapie is (afhankelijk van het type virus) 50 tot 80%.

Oorzaken en risicofactoren

  • Hepatitis C virus. Dit komt in het bloed voor bij 80% van degenen die ooit een infectie hebben gehad.
  • Overdracht treedt op waar eigen bloed in contact komt met besmet bloed of met bloed gemengd met andere lichaamsvloeistoffen (zoals bijvoorbeeld feces, urine ed.). Dat kan bij wondjes van de huid, door prikken snijden of door contact met slijmvlies. Voorbeelden hiervan zijn prik- of snij-ongevallen, bijtverwondingen, mond op mond beademing etc.
  • De kans op besmetting is voor hepatitis C 3% (bij HIV 0.3% en bij hepatitis B 30%).
  • Bij ruim eenderde van de patiënten met hepatitis C is het niet goed mogelijk aan te geven hoe de besmetting is opgelopen. Mogelijke factoren die hierbij een rol hebben gespeeld zijn tatoeage, gemeenschappelijk gebruik van scheermesjes of tandenborstels, contact met besmet bloed bij verwondingen van de huid of slijmvliezen en operaties. De kans op besmetting via seksueel verkeer is zeer klein, maar is in ons land in toenemende mate een oorzaak bij mannen die seks hebben met mannen.
  • Meestal wordt besmetting met hepatitis C bij toeval gevonden, naar aanleiding van bloedonderzoek waarbij ook de leverfunctie wordt getest
  • Een risicofactor voor een ernstig verloop van hepatitis C is besmetting met HIV. Bij deze mensen kan hepatitis C sneller tot leverschade leiden. Een dubbelinfectie van HIV en HCV is dus ongunstig.

Diagnostiek

  • Bepaling van virus en antistoffen in het bloed.
  • Bij een acute infectie kan het soms weken duren voordat het lichaam antistoffen aanmaakt. Dan kan het noodzakelijk zijn een ingewikkelde aanvullende test te doen naar het virus RNA. Dit onderzoek kan alleen in gespecialiseerde laboratoria plaatsvinden.
  • Als een actieve virusinfectie wordt aangetoond moet vervolgens worden onderzocht hoe ernstig de ontsteking is en in hoeverre er al beschadiging van de lever is opgetreden. Bij lichamelijk onderzoek wordt de grootte van de lever en de milt beoordeeld en wordt gekeken of er tekenen zijn van slecht functioneren van de lever, zoals geelzucht. Dit onderzoek wordt aangevuld met echografie (onderzoek met geluidsgolven) en bloedonderzoek.
  • Is hepatitis C virus in het bloed aanwezig, maar zijn er geen tekenen van ontsteking of beschadiging van de lever, dan zal worden besloten om af te wachten. Er kan sprake zijn van een dragerschap of van een rustige fase in een soms grillige ontstekingsbeloop. Daarom zal het bloed na enkele maanden opnieuw worden getest.
  • Is hepatitis C virus aanwezig in het bloed, is sprake van een actieve ontsteking van de lever of tekenen van beschadiging van de lever, dan zal de patiënt worden verwezen naar een specialistisch centrum voor behandeling met antivirale middelen. Daarvoor zal het vaak nodig zijn om een stukje weefsel (biopsie) uit de lever te nemen om meer zekerheid te krijgen over de aard en de ernst van de ontsteking.
  • Wordt hepatitis C opgelopen tijdens het werk, dan is sprake van een beroepsziekte. De bedrijfsarts meldt de aandoening bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).

Vóórkomen

  • Het Hepatitis C virus komt in Nederland bij 0,1 tot 0,4% van de bevolking voor. Meer besmettingen worden gezien bij intraveneuze drugsgebruikers en mensen die veelvuldig bloedtransfusies of andere bloedproducten hebben ontvangen, bijvoorbeeld hemofiliepatiënten.
  • In Nederland zijn naar schatting 60.000 dragers van het hepatitis C virus. Per jaar komen er 500 nieuwe gevallen bij.
  • Hepatitis C is een (mogelijke) beroepsziekte in de gezondheidszorg, vooral in de ouderenzorg, bij (para)medisch personeel, tandartsen, bij verleners van eerste hulp zoals politie, brandweer en ambulancepersoneel, bij reizigers en in de seksindustrie. Verder lopen risico in het werk: personeel van gevangenissen en huizen van bewaring, huisvuilinzamelaars, schoonmakers van publieke ruimten, plantsoenwerkers, hulpverleners aan druggebruikers en in asielzoekerscentra en iedere werknemer die met agressie en de mogelijkheid van bijten te maken heeft zoals politie, stadswachten, toezichthouders (controle ambtenaren sociale dienst).
  • Binnen deze groepen komt hepatitis C echter minder voor dan enkele jaren geleden doordat er nu duidelijke richtlijnen zijn over hoe te handelen na een mogelijke besmetting.

Preventie

  • Het besmettingsrisico in het werk valt terug te dringen met algemene beschermende maatregelen die voortvloeien uit de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RIE). In de RIE moet volgens de wet speciale aandacht besteed worden aan biologische risico’s.
  • Om hepatitis C te voorkomen moet contact met bloed (of bloedproducten) en met andere risicobronnen zoveel mogelijk worden voorkomen.
  • Goede sterilisatie van medische apparatuur en van apparatuur gebruikt bij accupunctuur en het zetten van piercings is noodzakelijk.
  • Algemene preventie is het belangrijkste middel om besmettingen te voorkomen. Hygiënisch en zorgvuldig werken is de kern. Naast het gebruik van naaldenbekers zijn ook persoonlijke beschermende middelen belangrijk (bijv. handschoenen, overschorten, bril, mondkapje).
  • Wie drager is van het hepatitis C virus mag zijn tandenborstel en scheergerei niet delen met anderen.
  • Bij acute situaties (prikken, bijten, spatten van bloed) moet de Landelijke Richtlijn Prikaccidenten gevolgd worden. Dat betekent dat werkgevers hun werknemers moeten voorlichten over de risico’s op besmetting met hepatitis C. Ook zal er 24 uur per dag een medisch specialist bereikbaar moeten zijn voor uitvoering van de zorg volgens de Landelijke Richtlijn Prikaccidenten (dit vanwege de eventuele mogelijkheid van gelijktijdige HIV en hepatitis B besmetting).

Meer informatie