HIV-infectie, Aids

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Een HIV- of Aids-infectie kan zich op allerlei manieren voordoen. Op de voorgrond staan infecties veroorzaakt door micro-organismen die bij gezonde mensen geen ziekte zullen veroorzaken (opportunistische infecties). Ook kunnen klachten van het zenuwstelsel en kanker (bijvoorbeeld huidkanker – Kaposi-sarcoom) ontstaan.
  • De infectie met HIV (Human Immunodeficiency Virus) leidt zonder behandeling na verloop van jaren bijna altijd tot een ernstige vermindering van de afweer. Dit kan leiden tot het ziektebeeld Aids (Acquired Immuno-Deficiency Syndrome).
  • De tijd tussen besmetting en het ontstaan van ziekteverschijnselen loopt sterk uiteen en is afhankelijk van een groot aantal factoren (zowel van virus als van besmette persoon). Tussen besmetting en ziekte kan 1 tot 15 jaar verlopen.
  • Soms treedt een acuut ziektebeeld op na besmetting (binnen 4 à 6 weken) dat kan lijken op de ziekte van Pfeiffer.
  • Bij 70-80% begint een HIV- of Aids-infectie met milde klachten en verschijnselen zoals algehele malaise, hoofdpijn, koorts, lichtschuwheid, gezwollen en/of pijnlijke lymfklieren, moeheid, pijn achter de ogen, spierpijn, zere keel, vlekkige pukkelige huiduitslag. Dit ziektebeeld kan lijken op de ziekte van Pfeiffer. Deze klachten gaan vanzelf over, op de lymfeklierzwelling na.
  • In de periode tussen het moment van besmetting en het optreden van Aids zijn er weinig of geen klachten. Soms is sprake van moeheid, gezwollen, pijnlijke lymfklieren, diarree, schimmelinfectie in mond of keel  en nachtzweten. In deze periode kan men besmettelijk zijn voor anderen.
  • Op het gebied van de antivirale therapie is er grote vooruitgang geboekt. Het gaat met name  om de zogenaamde combinatietherapie HAART (High Activity AntiRetroviral Therapy). Met deze therapie geneest de patiënt niet, maar de vermenigvuldiging van het virus wordt wel geremd, waardoor de schadelijke aantasting van de afweer wordt tegengegaan en het ziekteproces tot stilstand komt. Hierdoor is in de Westerse wereld het overlijden ten gevolge van HIV/Aids sterk gedaald (in tegenstelling tot grote delen van de rest van de wereld) en wordt het steeds meer als een chronische ziekte beschouwd.
  • De HAART medicatie moet echter levenslang gebruikt worden en dit brengt aanzienlijke bijwerkingen met zich mee, waaronder mogelijk een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en bepaalde kankers.

Oorzaak

  • Besmetting met het Humaan Immunodeficiëntie Virus (HIV).
  • HIV wordt overgebracht van mens op mens via bloed-bloed en/of bloed-slijmvliescontact. Naast bloed kunnen de volgende lichaamsvloeistoffen HIV-virus bevatten: hersen- en ruggenmergsvocht, vocht in de buik- of borstholte, gewrichtsvocht, sperma, vaginale afscheiding, vruchtwater. HIV-virus is niet aanwezig in zweet, tranen of urine.  
  • Er zijn vijf mogelijke manieren van overdracht van het virus:
    • Onbeschermd seksueel contact.
    • Injectie of transfusie van besmet bloed of bloedproducten (infectie door Kunstmatige Inseminatie (KI), orgaandonatie is ook mogelijk).
    • Het gebruiken van ongesteriliseerde naalden, die eerder bij een geïnfecteerde gebruikt zijn (injecties, tatoeage, prikaccidenten).
    • Moeder/kind overdracht (gedurende de zwangerschap, bij de geboorte en door borstvoeding).
    • Iedere andere overdracht van besmet bloed (bijv. via verwondingen).
  • Risico Aids - HIV op werkplek: risico op besmetting bestaat overal waar sprake kan zijn van bloed of slijmvliescontact met besmet bloed, slijmvlies of andere lichaamsvochten. Het risico wordt vooral bepaald door de hoeveelheid virus in het bloed van de bron.
  • Belangrijk risico vormt in de gezondheidszorg het contact met bloed door prikken, snijden of spatten (chirurgen, verpleegkundigen, analisten, maar soms ook schoonmakers en technisch personeel). Bij een gemiddelde hoeveelheid virus in het bloed van de bron treedt na het prikken aan een besmette naald slechts in 0,3 % (3 op de 1000 keer) van de gevallen een besmetting met HIV op.
  • Bij beroepen met kans op contact met agressieve klanten vormt ook (bloederig) bijten een risico (politie, controleurs sociale dienst, etc.)
  • Prostituees lopen alleen een groot risico bij onbeschermd contact.
  • De groep ontwikkelingswerkers en hulpverleners loopt in allerlei delen van de wereld een hoog risico. Zij werken vaak onder primitieve omstandigheden in gebieden met veel HIV/Aids-patiënten.
  • Internationale reizigers (onhygiënische medische zorg).
  • Door de onjuiste gedachte dat HIV/Aids tegenwoordig een chronische aandoening is, is er weer een stijging zichtbaar van onveilig seksueel gedrag. Met name in de groep van homoseksuele mannen.

Diagnostiek

  • Antistoffen zijn in het bloed aantoonbaar 4-6 weken na besmetting.
  • In enkele centra van ons land is een sneltest mogelijk met uitslag binnen 1 uur. Hoewel dit een betrouwbare test is moet de uitslag wel bevestigd worden met testen die meer tijd (een week) in beslag nemen.

Vóórkomen

  • Wereldwijd is HIV één van de belangrijkste infectieziekten, die vooral in Afrika zo wijd verspreid is dat maatschappij en economie van landen zoals Zuid Afrika, Botswana en Malawi ernstig bedreigd worden. Ook in Azië, met name Thailand, is het aantal met HIV besmette mensen de laatste jaren zeer sterk gegroeid.
  • Het aantal HIV en Aids-gevallen in verschillende landen vormt ook een aanwijzing voor de risico’s die reizigers daar kunnen lopen  
  • Ten opzichte van cijfers in Afrika en Azië, is de epidemie in Nederland klein van omvang. Geschat wordt dat ongeveer 16.400 mensen leven met HIV/Aids. Jaarlijks in Nederland komen er circa 500 nieuwe gevallen bij. Sinds 1983 zijn er 4150 personen in Nederland aan Aids overleden. Sinds 1997 is het aantal overledenen gestabiliseerd tot circa 90 per jaar.
  • Risicogroepen vormen mensen die drugs spuiten, mensen die onbeschermd geslachtsverkeer hebben, met name homoseksuelen en mensen die uit landen komen waar HIV-besmetting wijd verspreid is.
  • In Amerika zijn sinds het begin van de Aids-epidemie 150 gevallen van beroepsziekte bekend.
  • HIV/Aids kan een beroepsziekte zijn bij werkers in de gezondheidszorg, laboratoriumpersoneel, GGZ medewerkers in de crisisopvang en verslavingszorg, werkers in de seksindustrie, ontwikkelingswerkers en reizigers.
  • Sinds de invoering van nazorgbehandeling PEP (Post Exposure Prophylaxe met antivirale middelen) zijn in Nederland geen mensen meer besmet geraakt met HIV na het prikken aan een besmette naald of bloedcontact tijdens snijden.

Preventie

  • Vermijden van bloed/bloed contact en onbeschermd seksueel contact.
  • Na een mogelijke blootstelling (prikken, snijden, bijten) zo snel mogelijk (liefst binnen 2 uur) met het geven van antivirale middelen (nazorgbehandeling - PEP) beginnen.
  • Daar waar het risico van prikken, snijden bijten bestaat, is het opstellen van een protocol erg belangrijk. De Landelijke Richtlijn Prikaccidenten kan daarbij als basis dienen. Verder is het noodzakelijk goede begeleiding te regelen na een incident. In de praktijk betekent dit, zeker als er ook buiten de gewone werktijden gewerkt wordt, dat men als bedrijf een contract afsluit voor 24 uurs professionele begeleiding. Dit is noodzakelijk om te garanderen dat de nazorgbehandeling kan starten binnen de vereiste 2 uur.
  • Daarnaast is aandacht nodig voor de psychische begeleiding omdat een incident met een besmette bron grote indruk maakt op de betrokkene.

Meer informatie