Huidontstekingen, huidinfecties

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Een ontsteking is een plaatselijke reactie van weefsels op een schadelijke prikkel; deze prikkel kan van buitenaf komen, maar ook vanuit het lichaam zelf.
  • De vijf klassieke lokale symptomen van een ontsteking zijn:
    • roodheid (door toename doorbloeding)
    • warmte (door toename doorbloeding)
    • zwelling (door toename weefselvocht)
    • pijn (door druk op de zenuweinden)
    • gestoorde functie
  • Niet altijd zijn deze symptomen even duidelijk aanwezig.
  • Bij een huidontsteking zien we pijn en/of jeuk, roodheid, schilfering, blaasjes, zwelling en kloofvorming aan de handen. Soms ontstaat ook pus door besmetting met bacteriën.
  • Ook bij huidinfecties kan verspreiding in het lichaam plaatsvinden met als gevolg een “bloedvergiftiging” (sepsis).

Oorzaken

Ontstekingen en infecties worden als termen door elkaar gebruikt, maar er zijn grote verschillen:

  1. Infectie of Infectieuze ontsteking: een ontsteking die veroorzaakt wordt door ziektekiemen (schimmels en gisten, bacteriën en virussen).
  2. Niet-infectieuze (steriele) ontsteking: wordt niet veroorzaak door ziektekiemen, maar door andere oorzaken zoals:
    • mechanische oorzaak: ongeval, injectie, wrijving, spataderen etc
    • chemische oorzaak: injectie, etsende of bijtende vloeistof, maar ook langdurig contact met water, gassen etc
    • verbranding: in beginsel steriel
    • overgevoeligheidsreactie: zoals bij cementeczeem, kapperseczeem, netelroos (urticaria) etc.

Meer informatie over de onder punt 2 genoemde niet-infectieuze ontstekingen is te vinden bij Contacteczeem. De volgende informatie gaat alleen over beroepsgebonden infecties of infectieuze huidontstekingen.

Huidinfecties:

  • Een besmetting (het binnendringen van ziektekiemen) leidt niet altijd tot infectie, bijvoorbeeld als er voldoende weerstand is.
  • Als door het binnendringen, vermeerderen en zich verspreiden van ziektekiemen ziekteverschijnselen optreden spreken we van een infectie.
  • Als ziektekiemen rechtstreeks een infectie veroorzaken in gezond weefsel is het een primaire infectie.
  • Als infectie optreedt in beschadigd weefsel is sprake van een secundaire infectie, bijvoorbeeld een brandwond die in tweede instantie geïnfecteerd raakt.
    Of een besmetting ook leidt tot een infectie hangt af van de aanvalskracht (virulentie) van de ziektekiem en de weerstand van de 'gastheer' (in dit geval de mens).

Wijzen van besmetting:

Ziektekiemen verplaatsen zich niet vanzelf, zij worden overgebracht. We onderscheiden de volgende wijzen van besmetting:

  • Door de lucht: de ziektekiemen bereiken de mens via de lucht (vloeistofdruppels, stofdeeltjes) en komen in de luchtwegen terecht of op de huid.
  • Via mond en maag-darmkanaal, meestal door besmet voedsel of drinkwater, soms door verontreinigde handen, door ontlasting, kleding of gebruiksvoorwerpen.
  • Via de huid. De huid zelf laat geen ziektekiemen door, maar ieder wondje of iedere beschadiging geeft toegang: steenpuist, impetigo (krentenbaard), wondinfectie.
  • Via het bloed: ziekteverwekkers worden rechtstreeks in het bloed gebracht.

Diagnostiek

  • De medische diagnose kan bij huidinfecties lastig zijn omdat de huidverschijnselen en klachten veelal hetzelfde zijn ongeacht de oorzaak. Huisarts en/of huidartsen kunnen de diagnose stellen.
  • Voor het vaststellen van de relatie met het werk is bij uitstek de bedrijfsarts de aangewezen deskundige.

Vóórkomen

In de volgende branches of beroepen bestaat een verhoogde kans op huidinfecties:

  • Gezondheidszorg: Het is niet verwonderlijk dat de behandelaars en verzorgers van patiënten in hun werk blootgesteld worden aan virussen en bacteriën van daarmee besmette patiënten. Voorbeelden: infecties door stafylokokken (steenpuisten, multiresistente MRSA), streptokokken (wondroos, roodvonk), waterpokken, mazelen, wratten, ringworm, herpes simplex (koortslip), hoofd- en schaamluis.
  • Buitenwerk: beroepen waarin contact optreedt met ziektekiemen, zoals beroepen in de plantsoenendienst, boswachters (ziekte van Lyme door teken), huisvuilbeladers, afvalverwerkers, rioolwerkers, agrariërs, muskusratvangers.
  • Dierenverzorgers: in proefdierlaboratoria, agrariërs, dierentuinen, personeel in maneges, vogelhouders etc. Berucht zijn Orf en miltvuur bij geiten en schapen.
  • Kleuterscholen en kinderdagverblijven (luizen, waterpokken, rode hond, mazelen, 5e (kinder)ziekte, krentenbaard).
  • Vlees- en visverwerkende industrie: wratten bij varkensslachters, erysipeloïd (infectie bij personen die frequent met vis, vogels of vlees in aanraking komen, zoals slagers, poeliers en vissers).
  • Nat werk.
  • Zwembaden, bubbelbaden en duikers.
  • Militairen: luizen, tropische infecties bij uitzending, wondinfecties.
  • Seksindustrie: syfilis (harde sjanker), herpes, schaamluis.
  • Politie: wondinfecties en bijtwonden, voetschimmel door veiligheidsschoenen, steenpuisten op zitvlak bij motoragenten.
  • Chauffeurs: fistels, haarzakontstekingen en steenpuisten op het zitvlak.
  • Contactsporters: herpesinfecties (“koortslip”) na contact met dragers.

Preventie

Met behulp van de risico-inventarisatie en –evaluatie worden de risico’s voor het ontstaan van huidinfecties in kaart gebracht. Dat vormt de basis voor algemene en persoonlijke voorzorgsmaatregelen en maatregelen bij besmetting en infectie.

De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) vindt het wenselijk dat iedere patiënt met een huidinfectie dit meldt bij de bedrijfsarts. Dat geldt vooral in de voedingsindustrie en in de gezondheidszorg. De bedrijfsarts kan adviezen geven over aanpassing van de werkzaamheden en (preventieve) maatregelen nemen om verspreiding of besmetting te voorkómen. Daarnaast kan de bedrijfsarts met de melding eventuele beroepsziekten op het spoor komen.

Meer informatie