Kinkhoest

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Kinkhoest is een plotseling optredende besmettelijke ziekte van de luchtwegen veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis. Kenmerkend is het hevig en langdurige hoesten, veroorzaakt door een giftige stof (toxine) die de bacterie afscheidt.
  • Er zijn drie fasen te onderscheiden:
    • In de eerste (catarrale) fase van 1-2 weken is sprake van een gewone (neus)verkoudheid en algemeen gevoel van niet welbevinden, milde koorts en hoesten; een harde droge prikkelhoest (in het begin vooral 's nachts. Later treedt deze hoest ook overdag op.
    • In de tweede (paroxismale) fase van 2-6 weken is sprake van hoestaanvallen, soms met braken, hoorbare inademing.
    • In de derde (reconvalescentie) fase van 6-12 weken is aanvankelijk sprake van de typische hoeststoten die later overgaan in een losse hoest die nog enkele weken kan duren.
  • Hoe ouder iemand is, hoe minder duidelijke  klachten en verschijnselen. Typisch is een hardnekkige hoest die langer dan een week aanhoudt.
  • Zuigelingen zijn kwetsbaar, omdat ze niet of nauwelijks beschermd worden door afweerstoffen van de moeder. Sterfte ten gevolge van kinkhoest komt weinig voor, maar als het gebeurt, betreft het voornamelijk kinderen jonger dan één jaar (circa 1 geval per jaar).
  • Bij zeer jonge kinderen kan ook sprake zijn van braken, gewichtsverlies, longontsteking, stuipen en hersenbeschadiging.
  • Inenting (vaccinatie) biedt wel bescherming tegen de ziekte, maar die bescherming neemt echter in de loop der tijd af. Kinkhoest verloopt bij ingeënte personen meestal licht met langdurig hoesten als enige symptoom. Ingeënte mensen kunnen wel besmettelijk zijn, maar veel minder dan niet ingeënte.
  • Sinds 1 januari 2005 worden baby’s in het Rijksvaccinatieprogramma ingeënt met een nieuw, (acellulair) kinkhoestvaccin, omdat dit minder bijwerkingen heeft. Volgens het Rijksvaccinatieprogramma krijgen baby’s vier vaccinaties tegen kinkhoest, namelijk op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden. Het nieuwe kinkhoestvaccin is onderdeel van het DKTP-Hib-combinatievaccin dat beschermt tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en ziekten die veroorzaakt worden door de Hib-bacterie (onder andere hersenvliesontsteking).

Oorzaken

  • Kinkhoest wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis, die verschillende giftige stoffen (toxines) kan afscheiden.
  • Ook een verwante bacterie, Bordetella parapertussis, kan een kinkhoestachtig ziektebeeld veroorzaken.
  • Mensen dragen deze bacterie bij zich en overdracht vindt plaats door het aanhoesten/inademen van druppeltjes vanuit de keelholte van de patiënt (hoesten, niezen) of via contact met neus- of keelslijm via handen of voorwerpen.
  • Kinkhoest is zeer besmettelijk. Bij blootstelling aan een zieke kinkhoestpatiënt binnen het gezin raakt 90% van de niet ingeënte mensen besmet.
  • Kinkhoest kan als beroepsziekte voorkomen bij werknemers in de gezondheidszorg (EHBO) en in kinderdagverblijven en is in theorie mogelijk bij alle functies waarbij mensen in contact komen met (grotere groepen) anderen, zoals openbare/publieke functies.
  • Specifiek gevoelig voor kinkhoest is:
    • Iedereen die niet (meer) beschermd is door inenting of een eerder doorgemaakte infectie.
    • Niet of gedeeltelijk ingeente zuigelingen jonger dan een jaar: kans op hersenbeschadiging door zuurstofgebrek.
    • Kinderen met ernstige hartafwijkingen hebben een hoger risico op complicaties.
    • Kinderen met ernstige longafwijkingen hebben een hoger risico op complicaties.

Diagnostiek

  • De diagnose kinkhoest wordt gesteld door een kweek van slijm uit neus en/of keel en met behulp van bepaling van antistoffen tegen de bacterie in het bloed.
  • De hoeveelheid antistoffen wordt beïnvloed door leeftijd, eerdere inenting en eerder doorgemaakte infecties en de tijd tussen bepaling en eerste ziektedag.
  • Het RIVM verzorgt een groot deel van de kinkhoestdiagnostiek in Nederland.

Vóórkomen

  • Kinkhoest komt wereldwijd voor. Naar schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn er jaarlijks 45 miljoen ziektegevallen en 400.000 sterfgevallen door kinkhoest.
  • Sinds 1996 neemt het optreden van kinkhoest in Nederland toe. Jaarlijks worden nu 4000 tot 8000 gevallen van kinkhoest gemeld. In 250 tot 500 gevallen is ziekenhuisopname noodzakelijk. Deze toename hangt mogelijk samen met een veranderde samenstelling van de bacterie en een iets mindere sterke bescherming door het vaccin.
  • Uit onderzoek in Canada bleek dat wanneer sprake is van een zich niet verbeterende hoest die langer dan een week duurde, bij 9 tot 20% van de jongeren en volwassenen de diagnose kinkhoest kon worden gesteld.

Preventie

  • Inenting / Vaccinatie. Er moet nog verder onderzoek gedaan worden naar de mate waarin ingeënte medewerkers toch nog besmettelijk zijn voor pasgeborenen.
  • Kinkhoest risico opnemen in de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RIE), zeker in instellingen in de gezondheidszorg met pasgeborenen.
  • Bestrijding en maatregelen volgens het Bio-ArbeidsHygiënisch principe (BAH-principe).
  • Wering van school of kinderdagverblijf is niet nodig. Wel is het goed het vóórkomen van kinkhoest op school/kinderdagverblijf te melden aan de (ouders van) klasgenoten van de patiënt. Zij kunnen dan in hun eigen gezin alert zijn op verschijnselen van kinkhoest en tijdig contact opnemen met hun huisarts. Dit is vooral van belang als er niet ingeënte zuigelingen in het gezin zijn of andere personen met een verhoogd risico op ernstig verloop van kinkhoest. Ook kan een moeder in de laatste week van de zwangerschap haar kind met kinkhoest besmetten.
  • Wering van werk: nee, alleen bij (in)direct contact met onbeschermde pasgeborenen (een absoluut werkverbod voor medewerkers met kinkhoest op risicoafdelingen (couveuse, pasgeborenen) en een relatief werkverbod voor overige afdelingen ziekenhuis, afhankelijk van de kwetsbaarheid van patiënten).

Meer informatie