Latex allergie

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Huidklachten door contact met latex ontstaan na direct contact van de huid met latex of soms ook door blootstelling via de lucht. Dit laatste komt bijvoorbeeld voor door blootstelling aan stuivende latexdeeltjes in handschoenpoeder.
  • Meestal ontstaan netelroos of galbulten (urticaria) met klachten van jeuk, branderigheid, roodheid en zwelling van de huid. Gewoonlijk verdwijnen deze klachten na 1 of 2 uur weer spontaan.
  • Bij langdurig dragen van latexhandschoenen kunnen deze verschijnselen overgaan in eczeem van de handen.
  • Naast de huid kunnen ook de slijmvliezen van de neus en de ogen op latex reageren, met klachten van roodheid, tranenvloed en een gezwollen en lopende neus.
  • In ernstige gevallen breiden de galbulten zich over het gehele lichaam uit en raken de slijmvliezen betrokken met als gevolg zwellingen in de neus, de lippen, de ogen, de keel, astma, buikpijn en diarree. Uiteindelijk kan een (anafylactische) shock optreden. Om die reden zijn mensen met latexallergie voorzien van een schriftelijke verklaring voor noodsituaties.
  • Bekend is dat mensen met een latexallergie ook overgevoelig zijn voor tropische vruchten als bananen, avocado en kiwi. Dit ontstaat door de aanwezigheid van gemeenschappelijke eiwitten die overgevoeligheid veroorzaken.

Oorzaken

  • Rubber kan zowel in de natuur gewonnen worden als in de fabriek gemaakt. Natuurlijk rubber latex is het product van de tropische rubberboom Hevea brasiliensis (Amazone). Latex is het melksap uit de bast van deze rubberbomen. Dit melksap bestaat uit een waterig serum met daarin een groot aantal rubberpartikels en de latexeiwitten die verantwoordelijk zijn voor de allergie.
  • Latex is de grondstof voor het maken van (natuurlijke) rubberproducten zoals autobanden, handschoenen, elastiekjes, ballonnen etc.
  • Rubber kan ook in de fabriek worden gemaakt. We spreken dan van synthetisch rubber, zoals bijvoorbeeld polychloropreen en styreen-butadieen-copolymeer.
  • Latexallergie is pas sinds ongeveer 1980 bekend. De problemen ontstonden met name in de gezondheidszorg door het toegenomen gebruik van gepoederde latexhandschoenen. Langdurig dragen van dit soort handschoenen blijkt een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van latexallergie. Maar de overgevoeligheid kan zich ook al door een zeer lage blootstelling ontwikkelen, zoals het opblazen van ballonnen.
  • Behalve voor beroepen in de gezondheidszorg geldt dit ook voor schoonmaak-, keuken- en laboratoriumpersoneel.
  • Risicogroepen voor latexallergie zijn verder patiënten die al vaak zijn geopereerd, spina bifida patiënten (“open rug”), mensen met een aanleg voor atopie (met in de voorgeschiedenis hooikoorts, astma, dauwworm etc), mensen met handeczeem en allergieën voor “tropisch fruit” zoals bananen, kiwi, avocado etc.

Diagnostiek

  • Om de diagnose latexallergie te stellen is onderzoek door een dermatoloog noodzakelijk.
  • Dit begint altijd met goed uitvragen van klachten, beloop, uitlokkende factoren, aanleg, voorgeschiedenis, beroep en medicijnen.
  • De diagnose kan worden gesteld met huidpriktesten en het bepalen van de aanwezigheid van speciale antistoffen in de huid (IgE).
  • Deze antistoffen tegen latexeiwit kunnen ook met commercieel verkrijgbare tests in het bloed (bijvoorbeeld RAST) worden aangetoond. De betrouwbaarheid van het bloedonderzoek is echter minder dan die van de huidtesten.
  • Het is ook mogelijk huidprik of plakproeven te doen met de verdachte handschoenen. Vanwege het risico van het optreden van algemene verschijnselen (shock!) wordt dit alleen in gespecialiseerde centra gedaan.
  • Ook de diagnose beroepsastma door latex wordt gesteld aan de hand van de klachten en verschijnselen en het typische patroon daarin: optreden of verergering van klachten en verschijnselen tijdens werkdagen en verbetering tijdens vrije dagen, aangevuld met huidpriktesten.
  • Verder kan dan met behulp van longfunctieonderzoek gekeken worden naar luchtwegvernauwing en toegenomen gevoeligheid van de luchtwegen.

Vóórkomen

  • Latexallergie komt voor bij 0,3 tot 1% van alle kinderen en bij 3-5% van alle kinderen met atopie.
  • Latexallergie komt voor bij 0,12% van alle volwassenen en bij 3% van alle volwassenen met atopie.
  • Eind jaren 90 bleek 3 tot 17 zeventien procent van de verpleegkundigen en artsen overgevoelig te zijn geworden voor latex.
  • Nadat in Duitsland in 1997 het gebruik van gepoederde latexhandschoenen werd verboden, daalde het aantal gevallen van latexallergie in 2002 met 83,6%.
  • In Nederland zijn in de Arboconvenanten in de gezondheidszorg en de academische ziekenhuizen afspraken gemaakt over vervanging van gepoederde latexhandschoenen door poedervrije, eiwitarme varianten of handschoenen van vinyl of nitril.
  • Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten ziet de laatste jaren het aantal meldingen van latexallergie gestaag dalen. In 2006 bedroeg dit een kwart van het aantal in 2000 (32). De meldingen komen momenteel nagenoeg geheel van werksituaties buiten de grote ziekenhuizen.

Preventie

  • Vermijden van onnodig handschoengebruik en vervanging van gepoederde latexhandschoenen door niet gepoederde, eiwitarme handschoenen is het meest succesvol om latexallergie te voorkomen.
  • Gebruik van latexvrije materialen bij personeel met een bewezen latexallergie.
  • Preventief Medisch Onderzoek (PMO) door de bedrijfsarts in risicogroepen om medewerkers met huid- en longproblemen door latex op te sporen. Ook geschikt om huidafwijkingen te signaleren die mensen gevoeliger kunnen maken voor het ontstaan van allergieën.

Meer informatie