MRSA

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • De Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus, kortweg MRSA, is een stafylokok die zich net zo gedraagt als de gewone huidbacterie Staphylococcus aureus. Deze bacterie komt bij 30 tot 50% van de gezonde mensen voor, zonder dat zij daar last van hebben. De bacteriën zitten vooral op de huid, tussen de benen en in de neus, maar kunnen ook in de keel, darmen en urine voorkomen.
  • De MRSA is een bijzondere stafylokok omdat hij ongevoelig (resistent) is voor behandeling met de meeste antibiotica. In Nederland komt MRSA regelmatig voor maar in veel mindere mate dan in andere (ons omringende) landen.
  • Besmetting met MRSA is vooral gevaarlijk voor mensen met een verminderde weerstand. Daarom vormt de bacterie voor zorginstellingen zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen, een grote bedreiging.
  • Bij gezonde mensen is de aanwezigheid van MRSA meestal tijdelijk; men raakt de bacterie vaak vanzelf weer kwijt.
  • MRSA kan huidinfecties veroorzaken, zoals een pussende ontsteking/steenpuist (folliculitis, furunkel, karbunkel, impetigo (krentenbaard), wondinfectie, cellulitis, etc.). Tijdens zo’n huidinfectie wordt MRSA extra gemakkelijk overgedragen. Dit treedt vooral op bij een verlaagde weerstand (plaatselijk: wondjes, borststuwing of algemeen: pasgeborenen, suikerziekte).
  • Een enkele keer kan zo’n infectie zich uitbreiden tot een besmetting van het bloed (bloedvergiftiging, sepsis) en/of van organen (botinfectie, longontsteking).
  • Men kan geen afweer opbouwen tegen MRSA, waardoor een MRSA infectie terug kan komen.
  • Extra risico op besmetting lopen:
    • pasgeborenen en ouderen
    • personen met huidaandoeningen (eczeem, psoriasis, verwondingen en brandwonden)
    • patiënten met een verminderde weerstand door chronische aandoeningen
    • intraveneuze drugsgebruikers
    • patiënten met langdurig gebruik van een intraveneuze katheter, nierdialyse, shunts en chirurgie in het algemeen
    • patiënten met een langdurige behandeling met afweer remmende geneesmiddelen (corticosteroïden, chemotherapie)
    • individuen met een influenza (echte griep)
    • patiënten met hechtingen, botpennen etc

Oorzaken

  • Iedereen kan drager worden of zijn van MRSA.
  • Besmetting met MRSA vindt vooral plaats door direct huidcontact, voornamelijk via de handen.
  • Soms kan MRSA via huidschilfers of niezen in de lucht komen en zo ingeademd worden. MRSA zal zich bijna altijd via lichamelijk contact verspreiden, maar kan ook via de lucht worden overgedragen.
  • De MRSA-bacterie is resistent tegen de meeste, gangbare antibiotica. Bij mensen met een verminderde weerstand en bij pas geopereerde mensen in ziekenhuizen kan deze bacterie ernstige en zelfs dodelijke infecties veroorzaken. Er zijn wel bruikbare antibiotica maar deze zijn vaak duurder, minder werkzaam en hebben meer bijwerkingen.
  • MRSA gedijt goed in een omgeving waar bepaalde soorten antibiotica worden gebruikt, zoals in een ziekenhuis of verpleeghuis. Omdat MRSA ongevoelig is voor de meeste antibiotica, kan MRSA zich juist daar gemakkelijk handhaven en verspreiden. Meestal wordt de bacterie overgedragen door patiënten/cliënten of medewerkers die in een besmette omgeving zijn geweest.
  • Naast de patiënt/cliënt kan ook de omgeving besmet raken. De bacterie verspreidt zich via luchtkanalen, stof, huidschilfers en contact met besmette personen en voorwerpen. Kans op besmetting is er bij wassen van de cliënt, bedden verschonen, verzorgen van een wond. Op stof deeltjes en huidschilfers kan de bacterie maanden overleven buiten het lichaam.
  • Mensen met huidafwijkingen( bv psoriasis of eczeem) of met een longontsteking (bijvoorbeeld na een gewone griep) met MRSA zijn superverspreiders.
  • Sommige buitenlandse ziekenhuizen, ook vele Europese, hebben veel last van MRSA
  • MRSA komt ook bij verschillende diersoorten voor en kan van dier op mens wordt overgedragen. Vooral bij varkens en kalveren kan dit voorkomen. Meestal zijn vooral de verzorgers besmet en maar een enkele keer gezinsleden.

Diagnostiek

  • De huisarts kan door laboratoriumonderzoek vaststellen of iemand besmet is met MRSA. In het laboratorium blijkt uit de kweek voor welke antibiotica de MRSA nog wel gevoelig is. De huisarts kan zonodig die antibiotica voorschrijven.
  • Behandeling met antibiotica is pas mogelijk als de patiënt geen risicofactoren heeft voor MRSA-dragerschap, zoals wonden of katheters.
  • Na behandeling met antibiotica worden kweken afgenomen om het resultaat van de behandeling te controleren. Meestal is de MRSA-bacterie dan niet meer aanwezig. Soms zijn meerdere antibioticakuren nodig.
  • Gewone dragers worden niet behandeld als ze zelf niet tot de kwetsbare groepen behoren, niet in contact komen met kwetsbare mensen of niet in een ziekenhuis hoeven te worden opgenomen.

Vóórkomen

  • MRSA komt vooral voor in landen waar veel antibiotica worden gebruikt en waar geen beleid wordt gevoerd om MRSA-dragers op te sporen en te behandelen.
  • In Nederland is van alle gekweekte stafylokokken minder dan 1% MRSA.
  • Risicogroepen zijn ziekenhuispersoneel, verpleeghuispersoneel, schoonmaakpersoneel, stagiaires, sporters, uitzendkrachten in de gezondheidszorg, varkens- en kalvermesters en hun gezinsleden.
  • Tussen 2001 en 2006 zijn 48 gevallen van MRSA gemeld bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (2-16 per jaar).

Preventie

  • MRSA is voor een groot deel een probleem van zorginstellingen. Doel van het zogenaamde search en destroy-beleid in Nederland is het voorkomen van de introductie en het bestrijden van de gevolgen van MRSA. Het beleid is het strengst in ziekenhuizen, waar voor MRSA kwetsbare patiënten liggen. Bij het voorkomen en bestrijden van MRSA-besmetting in een ziekenhuis zijn de ziekenhuishygiënist, de arts microbioloog, de medisch specialist, verplegend personeel en het management nauw betrokken.
  • De Werkgroep Infectiepreventie (WIP) heeft richtlijnen opgesteld voor ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonzorgcentra, thuiszorg.
  • Mensen met MRSA die in een ziekenhuis of een verpleeghuis werken (of een ander medisch verzorgend beroep hebben) moeten overleggen met de arbodienst of infectiepreventie adviseur welke maatregelen nodig zijn voordat zij gaan werken.
  • Personen die MRSA-drager zijn of patiënten met een MRSA-infectie, moeten dit melden als zij behandeld of opgenomen worden in een ziekenhuis of verpleeghuis. Dan kunnen er preventieve maatregelen worden genomen. Zij worden daarbuiten meestal niet behandeld.
  • Patiënten die in een buitenlands ziekenhuis zijn verpleegd, worden bij binnenkomst in een ziekenhuis standaard getest op MRSA, omdat zij de bacterie vaak naar Nederland meenemen.
  • Patiënten met MRSA worden apart verpleegd en behandeld.
  • Patiënten die beroepsmatig in nauw contact komen met levende varkens en kalveren op veeteeltbedrijven worden gecontroleerd op MRSA-dragerschap.
  • Bij medewerkers die (ook bijvoorbeeld thuis) een met MRSA besmette patiënt zorgen, worden kweken afgenomen om te onderzoeken of ze MRSA-dragers zijn.
  • Personen die MRSA-drager zijn, kunnen gewoon naar het werk, school of kindercentrum. Wel wordt hun gevraagd zich extra hygiënisch te gedragen en wondjes bijvoorbeeld goed af te dekken.
  • Kinderen met een MRSA-infectie (zoals MRSA-krentenbaard) kunnen naar school of het kindercentrum als behandeling 24 uur daarvoor is gestart en als zij zich goed voelen. Er gelden bijzondere regels voor medische kinderdagverblijven afhankelijk van de ziekten die de kinderen hebben.
  • Goede hygiëne kan de kans op MRSA-dragerschap verkleinen. Was daarom de handen regelmatig met water en zeep en droog ze zorgvuldig af.

Meer informatie