Q-Koorts

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Q-koorts is een ziekte die door dieren op mensen wordt overgebracht (zoönose), veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii.
  • De Q in Q-koorts komt van “question mark” (vraagteken), omdat de oorzaak aanvankelijk onbekend was.
  • De meeste Q-koorts infecties verlopen bijna onmerkbaar, maar er kan koorts en algemene malaise optreden;
  • Bij Q-koorts met klachten kan sprake zijn van plotselinge hoge koorts in aanvallen, ernstige hoofdpijn, rillingen, sterke verzwakking, spierpijn, pijn op de borst, longontsteking en stoornissen van het maag-darmkanaal.
  • Bij Q-koorts treedt meestal spontaan herstel op na één tot twee weken. Behandeling met antibiotica kan de ziekteduur bekorten en de kans op complicaties verminderen.
  • De belangrijkste complicaties zijn afwijkingen aan het hart (endocarditis) en leverstoornissen (hepatitis). Maar bijna elk orgaan kan aangetast worden en klachten geven.
  • De ziekte verloopt in minder dan 1% van de onbehandelde gevallen dodelijk.
  • Bij zwangeren vormt Q-koorts een risico voor het ongeboren kind.

Oorzaken

  • Q-koorts wordt veroorzaakt door besmetting met de bacterie Coxiella burnetii.
  • Mensen worden besmet door dieren, vooral door contact met besmet vee (geiten, schapen en in mindere mate runderen).
  • Mensen kunnen ook besmet worden door het eten of drinken van besmet voedsel (rauwe melk of rauwmelkse kaas),
  • door het inademen van besmet stof en druppelwolken (besmet stof komt van besmette dieren: uitwerpselen, urine, huiden, wol, vruchtwater etc.), door contact met besmet wasgoed van werknemers uit een besmette omgeving
  • door bloed/bloed contact met een Q-koorts patiënt.
  • Dieren dragen de ziekte aan elkaar over door tekenbeten, maar dit is bij mensen niet aangetoond.
  • Voor verloskundigen is van belang te weten of een zwangere vrouw aan Q-koorts lijdt of heeft geleden. Door zwangerschap kan de besmetting weer opflakkeren en hierdoor zou in zeldzame gevallen de verloskundige besmet kunnen worden.
  • De Coxiella bacterie kan maanden in stof overleven, waardoor verwaaiend stof afkomstig van stallen, weilanden, ruwe wol en huiden ook een besmetting kan veroorzaken tot op enkele kilometers afstand.

Diagnostiek

  • De diagnose Q-koorts wordt voornamelijk gebaseerd op bloedonderzoek (bepaling van antistoffen in het bloed. De bacterie is moeilijk te kweken.
  • Als de besmettingsbron in het werk aanwezig is (en dat is bij deze ziekte vaak het geval) is sprake van een werkgebonden aandoening of beroepsziekte.
  • Om dit te bepalen kan de bedrijfsarts de mate van werkgerelateerdheid vaststellen met behulp van een registratierichtlijn (C002) opgesteld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

Vóórkomen

  • De afgelopen jaren zijn in Nederland gemiddeld twintig gevallen van Q-koorts per jaar gemeld. Uit bloedonderzoek blijkt echter dat er jaarlijks veel meer gevallen moeten voorkomen.
  • In 2007 was er in het zuiden en midden van ons land een uitbraak van Q-koorts waarbij minstens 73 mensen ziek werden en mogelijk vele honderden anderen besmet zijn geraakt zonder ziekteverschijnselen. Het aantal bekende gevallen in 2007 ligt op ruim 100.
  • De gemiddelde leeftijd van patiënten met Q-koorts ligt boven de 50 jaar en 70% van de patiënten is man.
  • Risicogroepen: schapen- en rundveehouders, slachthuispersoneel, dierenartsen, wolbewerkers en laboratoriumpersoneel.
  • In principe dus elk beroep waarbij contact met rundvee, schapen en hun uitwerpselen kan optreden.

Preventie

  • Normale hygiëne.
  • Geen rauwe melk of melkproducten eten of drinken. De bacterie wordt onschadelijk gemaakt door pasteurisatie of koken.
  • Zwangere vrouwen moeten zo mogelijk contact met vee vermijden en geen bedrijven bezoeken waar dieren mogelijk besmet zijn met Q-koorts.
  • Goede hygiëne- en beschermingsmaatregelen zijn vooral nodig wanneer mogelijk besmette dieren kalven of lammeren. In Australië, waar de ziekte zeer regelmatig bij vee voorkomt, stelt men de eis voor aparte kraamkamers voor risicovormende dieren.

Meer informatie