Salmonellose

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Infecties met Salmonellasoorten veroorzaken een plotseling optredende maagdarmontsteking met koorts die wat betreft klachten en verschijnselen niet te onderscheiden is van maag-darmklachten door andere verwekkers.
  • De klachten van buikkrampen, misselijkheid, braken en diarree beginnen 6 tot 72 uur na inname van besmet voedsel of water. Meestal is de diarree eerst waterdun en daarna meer een brij, vaak met wat bloed of slijm erbij. Naast deze maag-darmklachten kunnen koorts, hoofdpijn en spierpijn optreden.
  • De periode tussen besmetting met Salmonella en het begin van de klachten (incubatieperiode) duurt 6 tot 72 uur, maar gemiddeld 24 tot 48 uur. In zeldzame gevallen zelfs meer dan zeven dagen.
  • De maag-darmklachten duren drie tot zeven dagen en gaan meestal vanzelf over, de koorts verdwijnt doorgaans binnen 72 uur. Bij kwetsbare groepen zoals zuigelingen en ouderen kan aanhoudende diarree leiden tot uitdroging en ziekenhuisopname nodig maken.
  • In een klein gedeelte (minder dan 5%) van de gevallen kunnen de Salmonella bacteriën ook in het bloed aanwezig zijn. Dat kan leiden tot ontstekingen aan het hart en afwijkingen aan de bloedvaten, gewrichtsontsteking, beenmergontsteking, hersenvliesontsteking en infecties van de urinewegen.
  • Bij 6 tot 30% van de patiënten met een Salmonella-infectie is sprake van gewrichtsklachten.
  • Zelden is er sprake van een chronisch dragerschap, waarbij de bacterie ook na het verdwijnen van de ziekteverschijnselen in het lichaam aanwezig blijft.
  • Een verhoogde kans op een ernstig verloop van een Salmonella infectie is er bij:
    • patiënten ouder dan 50 jaar
    • kinderen jonger dan drie maanden
    • mensen met afweerstoornissen (zoals patiënten met HIV/Aids, lymfeklierkanker of suikerziekte of mensen die corticosteroïden gebruiken)
    • patiënten met bloedvatafwijkingen (zoals aandoeningen van hartkleppen, kunstvaten)
    • patiënten met (anatomische) afwijkingen van gal- of urinewegen (stenen, schistosomiasis)
    • patiënten met kanker of Systemische Lupus Erythematosus (SLE)

Oorzaken

  • De Salmonella bacterie behoort tot de darmbacteriën (familie Enterobacteriaceae). Het is een  (gramnegatieve) staafvormige bacterie die ook kan overleven bij weinig zuurstof.
  • Het gaat hier om ziekten door Salmonella die niet worden veroorzaakt door S. Typhi (veroorzaker van buiktyfus) en S. Paratyphi (veroorzaker van paratyfus). De Salmonella soorten waar het hier om gaat worden wel 'non-typhoidale Salmonella' genoemd.
  • Buiktyfus en paratyfus zijn zogenaamde tyfeuze ziektes, algemene infecties met bacteriën in het bloed. Non-typhoidale Salmonella komt niet of nauwelijks in het bloed voor en veroorzaakt een maagdarmontsteking. Hierop bestaan wel uitzonderingen.
  • Er zijn ruim 2400 verschillende soorten Salmonella. Alle voor de mens schadelijke Salmonellasoorten behoren tot de subgroep van de Salmonella enterica. Meestal wordt de naam verder aangevuld met de plaatsnaam waar ze ontdekt zijn of de diersoort waarbij ze worden aangetroffen.
  • In hoeverre een infectie met Salmonella als beroepsziekte kan optreden is onbekend. Bij het NCvB zijn ze nooit gemeld. Theoretisch behoort elke werknemer die met dier(producten) in aanraking komt tot de mogelijke risicolopers. Een aparte groep is reiziger.
  • Werknemers met een infectie door Salmonella vormen een risico in de voedselbewerking en -bereiding. Hij kan daar via het voedsel mogelijk anderen besmetten.

Diagnostiek

  • De diagnose wordt gesteld door het aantonen van de bacterie in ontlasting of urine.
  • Daarbij moet op drie dagen achtereen een monster genomen worden om de bacterie niet te missen.
  • Zijn er naast diarree nog andere klachten of verschijnselen dan moeten bloedkweken worden afgenomen of kweken van de organen die geïnfecteerd zijn.

Vóórkomen

  • Het aantal gevallen van maagdarmklachten door Salmonella wordt geschat op 50.000 per jaar. Dit leidt jaarlijks naar schatting tot ongeveer 800 ziekenhuisopnames en 60 sterftegevallen. In het grootste gedeelte van de gevallen wordt geen diagnostiek uitgevoerd.
  • Salmonella komt zeer veel voor bij landbouwhuisdieren (kippen, varkens en kalveren) en hun producten en zijn daardoor een frequente oorzaak van voedselinfecties. Daarnaast vindt soms overdracht plaats via huisdieren (onder andere reptielen, vogels), knaagdieren, insecten en water.
  • Ongeveer 85% van de Salmonella-infecties treedt op door het eten van besmet voedsel zoals onvoldoende verhitte eieren, kip of vlees en (voorgesneden) rauwe groenten en fruit.
  • Het percentage Nederlandse eieren dat Salmonella bevat is ongeveer 0,03%. Voor kip(producten) was dat in 2002 13%.
  • Door onvoldoende hygiënische maatregelen bij de voedselbereiding kunnen nagenoeg alle andere voedingsmiddelen ook worden besmet met Salmonella.
  • Directe overdracht van mens op mens speelt slechts een zeer kleine rol.
  • Geschat wordt dat minstens 10% van alle Salmonella-infecties in het buitenland wordt opgelopen.

Preventie

  • Er is geen vaccin tegen non-typhoidale Salmonella.
  • Algemene preventieve maatregelen zoals het goed verhitten van levensmiddelen met een relatief hoge kans op besmetting door Salmonella: kip, eieren, vlees.
  • Handen wassen na contact met huisdieren (reptielen zoals schildpadden, slangen, hagedissen) en dieren op de kinderboerderij.
  • Voorlichting over hygiënische procedures aan personen die voedsel bereiden en personen die werken op (ziekenhuis)afdelingen waar patiënten met een verhoogd risico op infectie worden verpleegd (bijvoorbeeld op een intensive care afdeling);
  • Voorlichting over hygiëne aan reizigers.
  • Vermindering van salmonellabesmetting van levensmiddelen door maatregelen in landbouw en voedselproductie.
  • Strikte hygiëne tijdens ziekte, al is de kans om salmonella op te lopen via een menselijke drager is niet erg groot bij normale hygiëne.
  • Salmonellose is een meldingsplichtige ziekte als iemand werkzaam is in de levensmiddelen- of horecasector of gezondheidszorg.
  • Patiënten die werkzaam zijn in de levensmiddelensector of gezondheidszorg uitsluiten van handelingen die risico vormen voor overdracht van Salmonella zolang ze klachten en verschijnselen hebben. Bij uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld personen die werken op een intensiv care afdeling met kwetsbare patiënten of werkzaam zijn in de levensmiddelenindustrie) kan de bedrijfsarts eventueel besluiten tot aanvullende maatregelen.

Meer informatie