Staar door UV-straling

Bron: Arboportaal

Ziektebeelden

  • Gezondheidsschade door ultraviolette straling (UV-straling) vindt uitsluitend plaats in de oppervlakkige organen zoals de huid, de ogen en die onderdelen van het afweersysteem die zich in de huid bevinden.
  • De schade is onder te verdelen in acute en chronische schade. Voor het ontstaan van acute schade is een minimum hoeveelheid UV-straling (straling boven een bepaalde drempelwaarde) nodig. Er is nog te weinig bekend over de effecten van UV-straling op de ogen en het afweersysteem om de risico’s goed in te kunnen schatten.
  • Voorbeelden van stoornissen aan de ogen door UV-straling zijn:
    • verminderd zien door troebel worden van de ooglenzen

    • sneeuwblindheid / lasogen
    • staar (cataract)
    • netvliesverbranding
  • Het is nog onvoldoende duidelijk of een melanoom (tumor van pigmentcellen) in het vaatvlies van het oog (chorioidea) ook door UV-straling veroorzaakt kan worden.
  • In het oog is ontsteking van het hoornvlies (sneeuwblindheid / lasogen ) het belangrijkste acute effect. Door te lange blootstelling aan de ultraviolette straling van de zon (skiën zonder afdoende oogbescherming) kan binnen enkele uren sneeuwblindheid ontstaan. Lasogen worden veroorzaakt door de ultraviolette straling die door het lassen bij hoge temperaturen vrijkomt. Lasogen ontstaan bij laswerkzaamheden zonder voldoende bescherming van de ogen en gezicht. Ook infrarood straling kan een rol spelen. Lasogen kunnen ook ontstaan door hoogtezonnen.
  • Bij sneeuwblindheid / lasogen zijn de ogen opgezet en rood doorlopen en tranen daarbij hevig. De straling geeft ook een pijnlijke verbranding van de oogleden, het oogwit en het gevoelige hoornvlies. Het hoornvlies is beschadigd, waardoor de patiënt zijn ogen nauwelijks open kan houden. Ook kan hoofdpijn optreden. Doordat het hoornvlies verbrand is, zal de patiënt tijdelijk wazig zien. Pijnlijke oogleden duiden erop dat de huid van het aangezicht ook verbrand is. De klachten van pijn treden enkele uren na het lassen op en zullen meestal binnen een week weer overgaan.
  • Chronische blootstelling van de ogen aan UV-straling kan leiden tot vertroebeling van de lens (staar). Bij staar gaat men wazig zien; het gezichtsvermogen rond lichtpunten zoals koplampen neemt daardoor af. Men ziet om de lampen vaak schitteringen en zogenaamde halo's. Soms kan er bij het lezen een tijdelijke verbetering van de gezichtsscherpte ontstaan.
  • Als staar onbehandeld blijft, kan het gezichtsvermogen op den duur geheel verloren gaan. Staar kan door middel van een kleine operatie verholpen worden.

Oorzaken

  • De zon is verreweg de belangrijkste bron van ultraviolette straling. Naar schatting 90% van de totale UV-blootstelling is in Nederland van de zon afkomstig. Lassen is daarnaast een bekende bron van UV-straling. 
  • De UV-straling wordt onderverdeeld in 3 golflengte gebieden:
    • UV-C (golflengte 200-280 nm). Dit wordt geabsorbeerd door de ozonlaag. Door aantasting van deze ozonlaag kan meer van deze UV-C straling het aardoppervlak bereiken.

    • UV-B (golflengte 280-315 nm). Deze straling wordt voor een klein deel door de ozonlaag geabsorbeerd. Het niet geabsorbeerde deel zal grotendeels door het hoornvlies van het oog geabsorbeerd worden, de rest door de ooglens. Overmatige blootstelling aan deze UV-B straling kan onder andere sneeuwblindheid, lasogen en bindvliesontstekingen veroorzaken en kan een mogelijke oorzaak zijn van vroegtijdige staar.
    • UV-A (golflengte 315-400 nm). Deze straling wordt voor een groot deel door het hoornvlies van het oog doorgelaten en geabsorbeerd door de ooglens. Bij jonge kinderen en bij tieners kan deze UV-A straling ook het netvlies bereiken waardoor het netvlies op termijn blijvend schade kan oplopen. Ook bij mensen die aan staar zijn geopereerd en waarbij de ooglens dus niet meer aanwezig is kan deze UV-A straling het netvlies bereiken.

Diagnostiek

  • Aanwezigheid van klachten en verschijnselen, de wijze van optreden en het beloop van de klachten en verschijnselen.
  • Uitvragen van klachten van de ogen, inspectie van de ogen.
  • Bij vermoeden van oogaandoeningen (zoals vertroebeling van de ooglens - staar - cataract) verwijzing naar oogarts.
  • Onderzoek door oogarts met onder andere een spleetlamp.
  • Om te bepalen of de oogaandoening werkgebonden is, zijn een aantal beslisregels geformuleerd. Deze zijn te vinden in de NCvB registratierichtlijn J002 irritatie van de ogen. 

Vóórkomen

  • Het is niet bekend hoeveel gevallen van oogaandoeningen jaarlijks optreden door blootstelling aan UV-straling in het werk (vooral lassers en smelters).
  • De chronische oogeffecten komen bij buitenwerkers meer voor dan bij binnenwerkers.
  • Waarschijnlijk speelt erfelijke aanleg ook een rol.

Preventie

  • Draag in de zomer buiten een zonnebril met UV-glazen.
  • Bij buitenwerk tijdens periodes met een hoge stralingsintensiteit in de schaduw werken en/of zorgen voor afwisseling in de blootstelling door bijvoorbeeld taakroulatie.
  • Scherm laswerkplekken af met lasschermen als er andere werknemers/derden in de omgeving aanwezig zijn; voer laswerk in de werkplaats uit op een afgeschermde plek/lascabine.
  • Gebruik bij laswerk de daarbij noodzakelijke beschermingsmiddelen: laskap/lashelm (op de straling afgestemde glazen), lasoverall, lashandschoenen, hals/keel bescherming.
  • Lasogen door de huisarts laten controleren en behandelen. De therapie bestaat uit koude natte kompressen. De huisarts kan een middel geven/aanbrengen tegen de pijn: meestal zijn dit verdovende oogdruppels.

Meer informatie