Tanderosie

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Tanderosie is het proces waarbij het glazuur van de tanden en daarna het eronder liggende zachte tandweefsel wordt opgelost door zuren die in de mondholte aanwezig zijn.
  • Tanderosie tast het hele gebit aan, in tegenstelling tot tandcariës (“gaatjes”) die op bepaalde plekken ontstaan en waarbij micro-organismen (bacteriën) een rol spelen.
  • Aantasting van het glazuur van de tanden leidt tot overgevoeligheid voor warmte en koude.
  • Bij een zuurgraad van 5,5 of lager worden de calcium- en fosfaationen uit het glazuur opgelost. Dit wordt demineralisatie genoemd.
  • Tanderosie verloopt in twee fasen: in de eerste fase vindt een gedeeltelijke demineralisatie plaats van het oppervlak van de tand. Nu is terugkeer van calcium en fosfaat (remineralisatie) in principe nog mogelijk. Deze remineralisatie wordt bevorderd door calcium, fosfaat en fluor in het speeksel.
  • In de tweede fase verdwijnt de buitenlaag van het glazuur geheel en is alleen nog remineralisatie van het onderliggende zachte tandweefsel mogelijk.
  • Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen de zuren het tandglazuur geheel laten verdwijnen en vervolgens zal het blootliggende tandbeen oplossen, een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herkennen is.
  • Meestal merkt men tanderosie pas op in een vergevorderd stadium, als klachten optreden bij het eten of drinken of als het uiterlijk van de tanden verandert: de voortanden worden korter, dunner en doorschijnender of krijgen rafelige randen. De tanden worden (plaatselijk) steeds geler of de tanden krijgen donkere plekken.
  • In de knobbels van de kiezen kunnen putjes ontstaan. In een later stadium kunnen de knobbels van de kiezen zelfs helemaal verdwijnen. Dan kauwt men met het tandbeen en dat geeft pijnklachten en overgevoeligheid voor warmte en koude.
  • Omdat tanderosie de vullingen in tanden en kiezen niet aantast, kunnen deze boven het tandoppervlak gaan uitsteken.

Oorzaken en risicofactoren

  • In sommige beroepen zijn mensen blootgesteld aan vluchtige zuren in de werkomgeving. Door deze verzuurde lucht (onder andere door zwavelzuur, zoutzuur of salpeterzuur) via de mond in te ademen kan het tandglazuur direct worden aangetast.
  • Dit proces kan versterkt worden door schurende stoffen als zand, slijp- en metaalstof.
  • Risicogroepen voor deze vorm van tanderosie zijn werknemers in elektrolytische zinkfabrieken, werknemers in fabrieken waar met bepaalde enzymen wordt gewerkt, werknemers in verffabrieken en fotografen die in een donkere kamer werken.
  • Tanderosie kan indirect veroorzaakt worden door meel- en suikerstof in de lucht, bijvoorbeeld in bakkerijen en in de suikerverwerkende industrie.
  • Tanderosie wordt verder veroorzaakt door zuren uit voedingsmiddelen. Ook de sportdranken die vaak tijdens langdurig sporten gebruikt worden, zijn zuur en dit kan leiden tot tanderosie.
  • Ook maagzuur kan een veroorzaker zijn van tanderosie.
  • Soms treedt tanderosie op bij wedstrijdzwemmers die een aantal uren per week in niet goed geneutraliseerd chloorwater zwemmen. Van belang is daarom dat de zuurgraad van zwemwater regelmatig wordt gecontroleerd (neutraal = pH 7).
  • Speeksel biedt in principe bescherming tegen tanderosie. De buffercapaciteit van speeksel zorgt ervoor dat zuur wordt geneutraliseerd en speekseleiwitten vormen een neerslag op de tanden, die bescherming biedt tegen het beschadigen van tandmateriaal. Deze beschermlaag wordt echter weggepoetst bij het tandenpoetsen. Tanderosie vindt vooral plaats bij een goede mondhygiëne en vooral wanneer direct na het nuttigen van zuur wordt gepoetst.
  • Sommige medicijnen of bepaalde ziekten remmen de speekselproductie, wat extra gevoelig maakt voor tanderosie.
  • De bedrijfsarts kan vaststellen of tanderosie door het werk veroorzaakt wordt met behulp van de registratierichtlijnen voor beroepsziekten door chemische belasting: A019 zwavelzuur en zwaveloxiden , A013 salpeterzuur en A059 organische zuren.

Diagnostiek

  • Inspectie van de tanden: bij een zure werkomgeving heeft men risico op doffe, ruwe plekken vooral aan de voorkant van de boventanden.

Vóórkomen

  • In Nederland is niet bekend hoe vaak tanderosie door blootstelling in het werk voorkomt.
  • Het komt vooral voor in galvaniseerbedrijven, maar ook in elektrolytische zinkfabrieken, textielfabrieken (azijnzuur, mierenzuur), ververij / chemische wasserij (oxaalzuur), voedingsmiddelenindustrie (citroenzuur, wijnsteenzuur), bakkerijen en suikerwerkfabrieken.

Preventie

  • Het voorkómen van tanderosie door het verminderen van de blootstelling aan zuren in de lucht is van het allergrootste belang.
  • Automatisering en mechanisering van productieprocessen, gesloten systemen, afdekken open bakken; afdichtingen regelmatig op effectiviteit controleren.
  • Goede afzuiging, ruimtelijke ventilatie, gerichte afzuiging op plaatsen waar damp kan vrij komen.
  • Persoonlijke (adem)beschermingsmiddelen beschikbaar stellen voor specifieke werkzaamheden.
  • Voorlichting en tandhygiëne.

Meer informatie