Meer vrijheid bij aanpak arbeidsomstandigheden

(1-5) In de toekomst mogen branches en bedrijven zelf beslissen hoe ze de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelen. Nu nemen ze daar verplicht een arbodienst voor in de arm.

Met instemming van vakbonden, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, mag een branche of bedrijf dat straks ook zelf doen of een andere partij inschakelen. Het kabinet wil het mogelijk maken dat andere organisaties (verzekeraars, brancheorganisaties en reïntegratiebedrijven) dit soort diensten aanbieden. Het kabinet neemt daarmee grotendeels het advies over van de Sociaal-Economische Raad over de arbodienstverlening. De benodigde wetswijziging moet voor het einde van dit jaar ingaan.

Het kabinet wil bedrijven de keus geven de arbodienstverlening aan te passen aan de omstandigheden en mogelijkheden van het bedrijf en de betrokkenheid van bedrijven bij arbeidsomstandigheden vergroten.

Als bedrijven geen gebruik maken van een arbodienst, moeten ze er wel voor zorgen dat de arbodienstverlening met voldoende kennis van zaken wordt aangepakt. Zo zal er altijd een contract moeten zijn met een bedrijfsarts voor begeleiding van ziekteverzuim. Ook worden eisen gesteld aan de deskundigheid van degene die de zogenoemde risico-inventarisatie en -evaluatie toetst. In dat verplichte document worden risico's voor arbeidsomstandigheden vastgelegd.

Voor kleine bedrijven zijn de kosten van een toets door een arbodienst - of in de toekomst - deskundige naar verhouding hoog. Daarom mogen kleine bedrijven met minder dan tien werknemers in de toekomst werken met een standaard checklist voor de risico-inventarisatie en -evaluatie, als die in de CAO wordt vastgelegd. De verplichte toets van dit document mag dan achterwege blijven.

Daarnaast hebben arbodiensten een eenvoudiger (en dus goedkopere) toets afgesproken voor bedrijven met minder dan 26 werknemers die met zo'n standaard checklist werken. Bij de eenvoudige toets blijft bijvoorbeeld een bedrijfsbezoek in principe achterwege.

Tot slot moeten bedrijven meer gebruikmaken van deskundigheid in het bedrijf zelf bij de zorg voor goede arbeidsomstandigheden en het voorkomen van ziekteverzuim. In de toekomst moeten werkgevers zich laten bijstaan door één of meer deskundige werknemers die aandacht besteden aan veiligheid en gezondheid bij de dagelijkse werkzaamheden.

Bij kleinere bedrijven (met minder dan 15 werknemers) mag de deskundige ook de werkgever zijn. In de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf moet staan hoe deskundig werknemers of de werkgever moeten zijn.

Voor de toetsing van de risico-inventarisatie en -evaluatie mag een bedrijf in overleg met vertegenwoordigers van het personeel beargumenteerd afzien van 'eigen expertise' (bijvoorbeeld omdat het bedrijf te klein is). De Arbeidsinspectie kan toetsen of dat om de goede redenen is gebeurd. Het bedrijf zal dan wel deskundige ondersteuning van buiten het bedrijf moeten inhuren.

Bron:persbericht SZW 29-4-2004