Relatie ergonomische maatregelen en klachten aan het houding- en bewegingsapparaat bij bouwvakkers

Henk F. van der Molen, Judith K. Sluiter en Monique H. W. Frings-Dresen
Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam / Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid 

Door partijen betrokken bij het Arboconvenant in de bouwsector werden de volgende vragen gesteld of tijdens de convenantperiode:

1) het gebruik van ergonomische maatregelen zou toenemen, 2) klachten aan het bewegingsapparaat zouden afnemen en 3) of er een effect zou zijn van het gebruik van ergonomische maatregelen op afname van klachten aan het bewegingsapparaat bij timmerlieden en stratenmakers. In 2000 en 2005 werd een herhaald vragenlijstonderzoek binnen personen uitgevoerd bij een groep van 469 timmerlieden en 202 stratenmakers. Gebruik van ergonomische werkmethoden en hulpmiddelen en het vóórkomen van klachten aan het bewegingsapparaat werden gemeten.
Regelmatig gebruik van diverse ergonomische maatregelen varieerde tussen de 15 en 66% van de werknemers bij de basismeting tot 17-66% bij follow-up. Regelmatig of langdurige klachten van de lage rug en schouders bij timmerlieden daalden van 38 naar 34% (p = 0,07) en 24 naar 22% (p = 0,18). Bij stratenmakers bleven lage rugklachten gelijk (34%) en het voorkomen van schouderklachten steeg licht (17% naar 18%). Regelmatig gebruik van de meeste ergonomische maatregelen was geassocieerd met een, niet statistisch significant, lagere kans op lage rug- en schouderklachten.
 

URL:- http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19629810