Slachterijen kunnen blootstellingsrisico’s terugdringen met RI&E Biologische agentia

Het goed en systematisch in kaart brengen van de biologische risico’s in rund- en varkensslachterijen is in de praktijk een lastige zaak. Arbeidshygiënist Remko Houba van het NKAL vertelde tijdens een presentatie bij het NCvB Kennisnetwerk infectiezieken & arbeid op 9 december 2016 over de toepassing van de RI&E-Biologische Agentia in deze sector.

Dat biologische agentia in de praktijk lastig in kaart zijn te brengen komt om te beginnen doordat er voor biologische agentia, zoals bacteriën en virussen, geen grenswaarden bestaan. Dit in tegenstelling tot chemische, gevaarlijke stoffen. Daar komt bij dat de concentraties afhankelijk van externe factoren als temperatuur, vochtigheid en licht door de tijd kunnen variëren. Ten slotte is niet iedereen even gevoelig. Sommige mensen zijn immuun en worden dus niet ziek, waar anderen wel klachten kunnen ontwikkelen.
De Universiteit Utrecht (IRAS & NKAL) ontwikkelde in 2012 een blauwdruk voor de RI&E Biologische agentia. Deze is inmiddels door I-SZW geaccepteerd als methode van aanpak en wordt toegepast in verschillende branches zoals de pluimvee verwerkende industrie, de VWA (Voedsel en Waren Autoriteit), de diervoerder industrie en (sinds 2015) in de slachterijen rood vlees.

Vleessector
Bij de vleessector en vleeswarensector bestond de behoefte om meer helderheid te krijgen over de risico’s van blootstelling aan biologische agentia. Dit werd onder meer in de hand gewerkt doordat de MRSA-bacterie zich snel bleek te verspreiden in slachthuizen en medewerkers daar vaak onvoldoende tegen beschermd zijn. Afhankelijk van het proces kunnen werknemers worden blootgesteld aan hoge concentraties biologische agentia.
Het adequaat beheersen van biologische risico’s is dan ook van groot belang in rund- en varkensslachterijen. Bij het slachten van de dieren komen er per definitie veel biologische agentia vrij, terwijl er tegelijkertijd strenge eisen gelden op het gebied van voedselveiligheid. Dit stelt hoge eisen aan de diverse beheersmaatregelen, processen en hygiëne maar ook aan de arbeidsomstandigheden. Maar de hygiënemaatregelen in de vleessector zijn vaak primair gericht op voedselhygiëne en niet op de risico’s voor werknemers.

Risicoprofielen
In de RI&E Rund- en varkensslachterij wordt op systematische wijze in kaart gebracht welke deelprocessen, werkwijzen en beheersmaatregelen er zijn en deze kunnen worden weergegeven in een risicomatrix in Excel. Er zijn verschillende slachterijen en een vleesverwerkend bedrijf bezocht waarbij de processen, taken, handelingen en blootstellingsmomenten in detail werden bekeken.
Daarbij is er per biologisch agens gekeken naar het soort micro-organisme, de wijze van transmissie, het ziekmakend vermogen en de beschikbaarheid van preventieve maatregelen, zoals vaccinatie.  Op grond hiervan zijn risicoprofielen opgesteld. Deze zijn ingedeeld in vier categorieën, oplopend van een verwaarloosbaar klein tot een hoog risico.

Effectiviteit
Voor iedere diersoort (varken, rund/kalf en schaap) zijn twee RI&E’s opgesteld; een voor de vleessector en een voor de vleesverwerkende sector. De werkgever kan met deze RI&E een inschatting maken van de effectiviteit van de verschillende maatregelen met als doel het blootstellingsniveau te minimaliseren. 
De zes RI&E’s dragen bij aan de aanscherping van de bestaande hygiëneprotocollen, aanscherping van het gebruik van handschoenen en het verplicht gebruik maken van adembescherming bij schoonmaakwerkzaamheden met hoge druk en handschoenen in het ‘vuile gedeelte’ van het proces.
De RI&E Rund- en varkensslachterij is onderdeel van de arbocatalogus van de Nederlandse vleessector en de RI&E is vrij toegankelijk op de website: www.arbocatalogus-vlees.nl

Jaap Maas