Hersenschade bij OPS / CTE aantoonbaar met MRI?

Patiënten met het organisch psychosyndroom (OPS) - ook wel de schildersziekte genoemd - hebben aantoonbare afwijkingen in hun hersenen als gevolg van het contact met organische oplosmiddelen.

Dat melden onderzoekers van het AMC in het tijdschrift Annals of Neurology, het blad van de American Neurological Association. Als eersten laten zij een verband zien tussen de symptomen, de mate van blootstelling aan de schadelijke stoffen en structurele veranderingen in het hersenweefsel. De diagnose OPS was lange tijd controversieel.Werknemers die zijn blootgesteld aan de organische oplosmiddelen in bijvoorbeeld verf, drukinkt of schoonmaakmiddelen kunnen te kampen krijgen met concentratiestoornissen, geheugenproblemen en verstoringen in de psychomotoriek, dat wil zeggen de mentale en motorische snelheid. Deze symptomen blijven vaak voortduren, ook als de patiënt niet meer met de vluchtige stoffen werkt.De beroepsgebonden aandoening staat bekend als het organisch psychosyndroom (of chronic solvent-induced encephalopathy). Als zodanig is het syndroom beschreven volgens de criteria van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Schade aan de hersenen bij patiënten met OPS werd echter tot nu toe nooit onomstotelijk aangetoond.

Het onderzoek van de afdelingen Psychiatrie, Radiologie, Nucleaire Geneeskunde en het Nederlands Centrum voor Beroepziekten van het AMC, brengt daar verandering in. Met behulp van de beeldvormende technieken MRI en SPECT maakten de onderzoekers opnamen van de hersenen van tien patiënten met OPS. Daarnaast keken ze naar tien schilders zonder symptomen die wel waren blootgesteld aan oplosmiddelen, en naar elf timmerlieden die nooit met de stoffen in aanraking waren geweest.

Duidelijke afwijkingen
De beelden lieten duidelijke afwijkingen zien in hersengebieden die betrokken zijn bij aandacht, psychomotoriek en snelheid van informatieverwerking. Zo was er in het striatum van patiënten minder activiteit van het boodschappermolecuul dopamine, wat van belang is voor de psychomotoriek. De activiteit was lager, als de patiënt langer was blootgesteld en als zijn klachten erger waren. Ook de hoeveelheid choline, een stof die actief is de frontale kwabben, was afgenomen bij OPS-patiënten.

Opmerkelijk is dat de schilders zonder symptomen dezelfde afwijkingen vertoonden als de OPS-patiënten, alleen in mindere mate. 'Dit is een sterk argument om verder te onderzoeken of je al vroegtijdig zou kunnen vaststellen of er sprake is van een beginnende ziekte', zegt psychiater in opleiding Ieke Visser, die het onderzoek leidde.

Hiermee hebben de onderzoekers voor het eerst een verband aangetoond tussen de klinische symptomen en de hersenafwijkingen en tussen de mate van blootstelling en de hersenschade. Hoewel de studie slechts is uitgevoerd bij een kleine groep patiënten, zijn de resultaten volgens de onderzoekers van belang voor het stellen van de diagnose, verder onderzoek naar mogelijke aangrijpingspunten voor behandeling, de erkenning van de aandoening en voor de preventie. Dit laatste is van belang voor sommige Europese landen, en vooral voor Derdewereldlanden, waar het gebruik van organische oplosmiddelen nog wijdverbreid is.

Visser I, Lavini C, Booij J, Renneman L, Majoie Ch, Boer AGEM de, Wekking EM, Joode EA de, Laan G van der, Dijk FJH van, Schene AH, Heeten GJ Den. Cerebral impairment in chronic solvent-induced encephalopathy. Annals of neurology 2008; 63(5): 572-580.

Wat betekent dit voor de patiënt met de schildersziekte OPS?
Het hierboven besproken onderzoek toont duidelijk aan dat er bij de schildersziekte OPS door blootstelling aan oplosmiddelen structurele en neurochemische afwijkingen in de hersenen ontstaan. Afwijkingen die passen bij de uitkomsten van de neuropschychologische testen bij OPS. Het geeft dus meer inzicht in het ontstaan van OPS en maakt waarschijnlijk dat de aandoening 'serieuzer' zal worden genomen. Het onderzoek is verschenen in een vooraanstaand neurologischChronic toxic encephalopathy caused by occupational solvent exposure. Annals of Neurology. Published Online: 11 Apr 2008. tijdschrift met een lovend commentaar. 
Baker EL.

Het onderzoek waarover nu gerapporteerd is, kan echter (nog) niet voor de beoordeling van individuele patiënten worden gebruikt. Daarvoor is meer wetenschappelijk onderzoek bij grotere groepen nodig. Er is dus ook nog geentest ontwikkeld waardoor met functionele MRI beoordeel kan worden of sprake is van OPS. Werknemers / patiënten kunnen hiervoor dan ook nog geen aanvraag doen. Binnen het AMC bestaan plannen om een groter wetenschappelijk vervolgonderzoek op te zetten.

 

Gert van der Laan, klinisch arbeidsgeneeskundige