Het werk centraal (16 december 2011)

Geheel in de geest van Heijermans was een primaire focus op arbeidsomstandigheden het Leitmotief van de Heijermanslezing op 16 december jl. ‘We zijn uitgegaan van het grondbeginsel dat men allereerst het beroep moet kennen, alvorens het vraagstuk der beroepsziekten onder de oogen te kunnen zien.’ (Heijermans, 1926). 

Hieronder vindt u de eerste korte samenvattingen van de lezingen van 19 december. De ontbrekende bijdragen worden binnenkort op www.beroepsziekten.nl geplaatst.

Cardiovasculair risicomanagement; het werk telt mee

Werkstress, abnormale werktijden ( ploegendienst), (fijn)stof, lawaai en bepaalde vormen van chemische belasting ( zwavelkoolstof, lood, kobalt arseen) blijken in arbeidsepidemiologisch onderzoek geassocieerd te zijn met een toegenomen kans op hart-en vaatziekten. ‘Werkfactoren moeten dus een plaats krijgen in het cardiovasculair risicomanagement’, aldus klinisch arbeidsgeneeskundige Taeke Pal tijdens zijn Heijermanslezing afgelopen december.

De relatieve risico’s van deze factoren afzonderlijk zijn op zich niet sterk verhoogd. Het gaat echter om een veel voorkomende categorie aandoeningen en het totale aantal mensen wat is blootgesteld is omvangrijk.  Geschat wordt dan ook dat deze werkfactoren samen jaarlijks verantwoordelijk zijn voor ongeveer 1500 extra gevallen van hart-en vaatziekten. Relatief gezien gaat het dan om 10% van de gevallen, die optreden bij de beroepsbevolking.

Werkfactoren moeten dus een plaats krijgen in het cardiovasculair risicomanagement. Dit dient zich niet alleen te richten op signalering van en interventie bij de bekende risicofactoren, maar ook op het kijken naar de mogelijkheden van beïnvloeding van de werkfactoren in het kader van primaire, secundaire en tertiaire preventie. Die zijn er met betrekking tot primaire preventie bij ontwikkeling van grenswaarden voor fijn stof en advisering van ploegendienstroosters. Er bestaat nog onvoldoende inzicht in de effectiviteit van op werk gerichte interventies in het kader van secundaire en tertiaire preventie.

Powerpointpresentatie

 

Homeopathische Arbozorg in zwembaden

Aan zwemmen in gechloreerde zwembaden beleven zeer veel mensen groot plezier. Soms echter krijgen zweminstructeurs en bezoekers massaal klachten van de huid en de slijmvliezen zonder duidelijke oorzaak. Dan blijkt expertise zeer schaars. 

Gezondheidsklachten bij zwemmers en instructeurs, en soms ook bezoekers, vormen vaak terecht aanleiding tot allerlei acties. Er wordt onderzoek gestart naar de waterkwaliteit en getroffen werknemers bezoeken hun huisarts of worden naar een dermatoloog verwezen. Coördinatie van medisch, technisch en arbeidshygiënisch onderzoek ontbreekt veelal. Een sleutelrol van de bedrijfsarts ligt door de aard van de contracten tussen bedrijven en arbodiensten tegenwoordig niet meer voor de hand. Er is immers vaak alleen een ‘verzuimpakket’ ingekocht. En toch dient bij mogelijke beroepsziekten de aanpak van het probleem bij diagnostiek te beginnen. Etiologische diagnostiek die de sleutel voor de oplossing van het probleem kan bieden. Dan blijkt expertise zeer schaars’, aldus Jan Bakker tijdens zijn Heijermanslezing. Reden voor een zwembadpoli ? 

Powerpointpresentatie

 

Een kosteneffectieve interventie voor bakkersastma

De kost gaat voor de baat uit, maar is dat hard te maken? ‘Kwantitatieve evaluatie van de impact op gezondheid, alsmede de analyse van de kosten en baten van interventies of beleidsveranderingen is van groot belang om inzicht te krijgen in de effecten voor verschillende stakeholders op lange en korte termijn’, aldus Tim Meijsters tijdens zijn Heijermanslezing afgelopen december.

Er is in Nederland in het afgelopen decennium via arboconvenanten en VASt trajecten veel geïnvesteerd door overheid en bedrijfsleven in het verbeteren van de arbeidssituatie, ook op het gebied van stoffen. Er is echter relatief weinig energie gestoken in het inzichtelijk maken van de kwantitatieve effecten van deze inspanningen op de blootstelling en gezondheid van de werknemers. Zowel op nationaal als Europees vlak neemt de vraag naar prospectieve impact en kosten-batenanalyse van beleidsalternatieven sterk toe als instrument voor onderbouwde besluitvorming. Hierbij wordt gevraagd om effecten van verschillende alternatieven (scenario’s) te vergelijken. Hierdoor kan uiteindelijk een onderbouwde keuze worden gemaakt voor de interventie met het meest gunstige effect voor alle betrokken partijen.

TNO heeft in samenwerking met verschillende partners de afgelopen jaren methoden ontwikkeld die gebruikt kunnen worden om voor werkerspopulaties uitspraken te doen over de veranderingen in ziektelast als gevolg van interventies op de blootstelling. Daarnaast zijn methoden ontwikkeld om veranderingen in de ziektelast te vertalen naar een kosten-batenanalyse waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers, werkgevers en de maatschappij. Deze methode is ontwikkeld binnen een specifieke case rond bakkersastma en wordt momenteel doorontwikkeld voor andere interventiestudies onder andere in de bouw. Ook wordt gekeken of generieke health impact en kosten-baten methoden ontwikkeld kunnen worden die breed toegepast kunnen worden door professionals.
In de presentatie wordt het voorbeeld rond bakkersastma uitgewerkt en wordt inzicht gegeven in de resultaten die de verschillende analyses opleveren. Daarnaast zijn in 2010 en 2011 rond dit onderzoek een aantal wetenschappelijke artikelen verschenen in het tijdschrift “Occupational and Environmental Medicine” die meer detail geven over de ontwikkelde modellen en de gegevens die zijn gebruikt.

Powerpointpresentatie