Stap 1. Vaststellen van de aandoening/ziekte

De diagnose
Zonder diagnose kan de aandoening niet als beroepsziekte worden gemeld.

De eerste acties bij het vaststellen van de aandoening/ziekte zijn het in kaart brengen van de ziekte, beschrijven en waar mogelijk objectiveren. Dit kan door eigen onderzoek en zo nodig door het opvragen van gegevens en overleg met huisarts of specialist om inzicht in de aard en het beloop van de aandoening te krijgen (van der Laan et al, 2010). De diagnostiek verloopt als volgt:

  1. Hoofdklacht, reden van verwijzing in kaart brengen
  2. Speciële anamnese
  3. Algemene anamnese (evt. hetero-anamnese)
  4. Lichamelijk onderzoek
  5. Zo nodig laboratorium en/of beeldvormend onderzoek uit laten voeren
  6. Differentiële diagnose opstellen
  7. Afweging maken en diagnose stellen
  8. Eventueel verwijzen naar een specialist om de diagnose te laten stellen

De CAS-code
Om een beroepsziekte te kunnen melden, moet de CAS-code (Classificaties voor Arbo en Sociale verzekeringen) worden doorgegeven. Het stellen van een diagnose en het vaststellen van de CAS-code is dus van essentieel belang.

Klachten en ongevallen worden niet geregistreerd, bijwerkingen wel
Uitzonderingen van klachten zijn: Tinnitus (CAS-code H102), Rugklachten (CAS-codes L101 t/m L105), Jumper's Knee (L112), Fasciitis plantaris (L122) en Werkgerelateerde stemstoornis (R102). Voor deze gezondheidsklachten bestaan registratierichtlijnen (B002, D004, D007, D010 en J003), waarmee deze klachten wel als beroepsziekte kunnen worden vastgesteld en gerapporteerd.

Stap 1  |  Stap 2  |  Stap 3  |  Stap 4  |  Stap 5  |  Stap 6