Leptospirosis, Ziekte van Weil

Bron: Arboportaal

Ziektebeeld

  • Leptospirose kan uiteenlopen van mild tot zeer ernstig.
  • De ziekte wordt veroorzaakt door een groep bacteriën die samen leptospiren genoemd worden.
  • Sommige typen leptospiren geven ernstige leptospirose, andere typen doorgaans milde ziektebeelden.
  • De tijd tussen besmetting en ziekteverschijnselen (incubatietijd) is meestal één tot twee weken, maar kan uiteenlopen van twee tot twintig dagen.
  • Bij mild verlopende gevallen is een lichte temperatuursverhoging het enige verschijnsel.
  • Bij ernstige gevallen is sprake van problemen met de lever (geelzucht), met de nier (plotseling nierfalen), bloedingen, shock, problemen met de bloedstolling, ontsteking van de hartspier en bewustzijnstoornissen.
  • De ziekte kent twee fasen. De eerste (septische) fase duurt 4-7 dagen. De patiënt heeft dan koorts, hoofdpijn, spierpijn en een rood oogslijmvlies met als ernstige complicaties soms plotseling nierfalen, geelzucht, hartritmestoornissen, bloedingen en shock.
  • De tweede fase duurt 4-30 dagen. Deze valt samen met het verdwijnen van de leptospiren uit het bloed en de meeste weefsels. In deze fase kan ontsteking van de voorste oogkamer, hersenvliesontsteking, hersenontsteking en ontsteking van het ruggenmerg optreden. Lever- en nierproblemen uit de eerste fase kunnen aanwezig blijven.
  • De Ziekte van Weil verloopt meestal ernstiger dan de andere vormen zoals de modderkoorts.
  • Bij het syndroom van Weil is de sterfte in onbehandelde gevallen 5-10%, terwijl melkerskoorts en modderkoorts hebben meestal een goedaardig beloop hebben.
  • Bij modderkoorts duurt het herstel wel langer: maanden tot een jaar tegenover enkele weken bij de ziekte van Weil.
  • Leptospirose moet zo spoedig mogelijk behandeld worden met antibiotica.

Oorzaken

  • Leptospirose wordt veroorzaakt door verschillende typen van bacteriën behorende tot de groep Leptospira interrogans. Er worden meer dan 200 verschillende typen onderscheiden.
  • De bacteriën komen vooral voor in dieren, met name in knaagdieren (ratten) maar ook andere dieren zoals huisdieren (bijv. honden), vee (bijv. runderen en varkens) en in het wild levende dieren (bijv. vossen en veldmuizen).
  • De infectieroute loopt van de urine van besmette dieren via water, voorwerpen of grond naar wonden of slijmvliezen van de mens.

Diagnostiek

  • De diagnose wordt gesteld aan de hand van de ziekteverschijnselen die passen bij leptospirose.
  • Verder blijkt bij doorvragen dat de patiënt in contact kan zijn geweest met ratten of andere besmettelijke dieren of in een omgeving is geweest waar deze kunnen voorkomen.
  • Vaststelling dat de ziekte inderdaad veroorzaakt wordt door besmetting met leptospiren kan met laboratoriumonderzoek.
  • Kweken: 1e tot 7e dag in het bloed, 4e tot 10e dag in ruggenmergsvocht en vanaf de tiende dag tot een maand in de urine.
  • Vanaf ongeveer de 5e dag zijn antistoffen in het bloed aantoonbaar.

Vóórkomen

  • Leptospirose komt wereldwijd voor.
  • In Nederland worden per jaar gemiddeld dertig gevallen van leptospirose vastgesteld met een duidelijke piek in de periode van augustus tot  november.
  • Momenteel wordt ongeveer eenderde van de infecties opgelopen (tijdens vakanties) in het buitenland, met name in tropische landen. Bij langdurige of zware regenval en overstromingen kan een toename van het aantal leptospirose gevallen tot gevolg hebben.
  • Een enkele keer wordt leptospirose als beroepsziekte gemeld.
  • Het grootste risico lopen werknemers op locaties met veel contact met dieren (ratten, vee) of daar waar besmet materiaal of water aanwezig is. Denk aan boeren (land- of tuinbouw, kwekerijen, veeteelt), rioolwerkers, muskusrattenbestrijders, mijnwerkers, dierenartsen, slachthuispersoneel, visverwerkers en militairen, jagers, boswachters en anderen die in het kader van beroep of hobby (waterrecreanten) veelvuldig met (wilde) dieren en/of oppervlaktewater of modder in aanraking komen.
  • Risicogroepen Ziekte van Weil: rioolwerkers, muskusrattenvangers, slopers.
  • Risicogroepen modderkoorts: alle buitenwerkers veeteelt en landbouw.
  • Risicogroepen melkerskoorts: in Nederland sinds enkele jaren niet meer.

Preventie

  • Bestrijding van ongedierte als ratten en muizen.
  • Het dragen van rubberlaarzen en handschoenen en normale hygiëne.
  • Voorlichting over het ziektebeeld zodat betrokkenen hun arts kunnen waarschuwen
  • Bij vroege diagnostiek is er een effectieve therapie met antibiotica mogelijk.
  • Hoewel er in sommige landen een vaccin bestaat, wordt dat in Europa niet toegepast omdat het door de grote verscheidenheid in typen maar gedeeltelijk werkt en jaarlijks moet worden toegediend. Vaccin is in Nederland voor mensen niet toegelaten (voor honden wel).
Feedback Form