Overslaan en naar de inhoud gaan

Een procesoperator die werkt met isolatiematerialen krijgt een acute benauwdheidsaanval. Is hier sprake van beroepsgebonden astma?

Deze geanonimiseerde casus illustreert het systematische stappenplan voor de diagnostiek van beroepsgebonden astma bij blootstelling aan isocyanaten in de isolatiematerialenindustrie.

Probleemstelling 
Een 43-jarige procesoperator werkt fulltime in een fabriek waar isolatiematerialen voor de bouw worden geproduceerd. Als procesoperator houdt hij toezicht over de productielijn en is hierbij regelmatig blootgesteld aan verschillende chemische stoffen. In mei 2024 wordt hij getroffen door een acute benauwdheidsaanval die ziekenhuisopname noodzakelijk maakt. 
Op advies van de bedrijfsarts wordt hij tijdelijk overgeplaatst naar een kantooromgeving. Na instelling op Foster (beclomethason/formoterol) is zijn toestand gestabiliseerd. De medewerker wil echter graag terugkeren naar zijn oorspronkelijke werkplek. De vraag aan de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) luidt: is terugkeer naar de oorspronkelijke werkzaamheden medisch verantwoord en welke werkaanpassingen zijn eventueel noodzakelijk?

Systematische Benadering 
Voor de vaststelling van beroepsgebonden astma wordt een gestructureerd stappenplan gevolgd:

  1. Vaststelling van astma
  2. Differentiatie tussen allergische en irritatieve astma
  3. Identificatie van beroepsgebonden patroon
  4. Aantonen van sensibilisatie tegen beroepsgebonden allergenen

Anamnese 
Algemene voorgeschiedenis 
Uit de algemene anamnese blijkt dat patiënt in zijn jeugd astmatische bronchitis had, maar hier "overheen was gegroeid". Tot zijn zestiende levensjaar had hij ook eczemateuze klachten.

Werkanamnese 
De werkanamnese toont dat patiënt al geruime tijd longklachten ervaart. Hij had zich eerder bij de bedrijfsarts gemeld, maar met Foster-medicatie waren de klachten redelijk beheersbaar. Kenmerkend voor beroepsgebonden astma is dat de klachten tijdens weekeinden en vakanties aanzienlijk beter waren. In mei ontwikkelde zich echter een acute astma-aanval waarvoor naar de SEH.

Blootstellingsanalyse 
Analyse van de veiligheidsinformatiebladen (SDS) van de gebruikte materialen toont blootstelling aan meerdere bekende respiratoire allergenen:

  • Pentaan-isocyanaat
  • Methyleendifenyl di-isocyanaat (MDI)
  • Verschillende vluchtige organische stoffen
  • Katalysatoren en vlamvertragers

Deze stoffen vormen een mengsel van bewezen allergenen gecombineerd met vluchtige irritatieve componenten, wat het risico op sensibilisatie en astma-ontwikkeling significant verhoogt.

Objectief Onderzoek 
Longfunctieonderzoek 
Pre-salbutamol: FEV1 = 3,90 L (105,2%)
Post-salbutamol: FEV1 = 3,95 L (105,7%) 
Volgens geldende richtlijnen is er sprake van astma bij een verbetering van ≥12% na bronchusverwijding. Deze criteria werden niet bereikt, wat geen astmadiagnose rechtvaardigt op basis van longfunctie alleen.

Piekflow-monitoring 
Gezien het duidelijke werkgerelateerde klachtenpatroon werd aanvullend piekflow-onderzoek verricht. Hierbij meet de patiënt zijn luchtwegfunctie tijdens werkdagen versus vrije dagen. Dit onderzoek toonde een significant werkgerelateerd patroon aan, wat de klinische verdenking op beroepsgebonden astma onderbouwt.

Allergologisch onderzoek 
Serologisch onderzoek bevestigde sensibilisatie tegen isocyanaten en isophoronediamine, beide bekende beroepsgebonden allergenen in de kunststof- en isolatiematerialenindustrie.

Diagnose en Advies 
Ondanks het ontbreken van spirometrische astmacriteria, maken het werkgerelateerde piekflow-patroon, de aangetoonde sensibilisatie tegen beroepsgebonden allergenen en de ernstige exacerbatie met ziekenhuisopname de diagnose beroepsgebonden allergische astma aannemelijk. 
Gezien de ernst van de reactie en de aangetoonde sensibilisatie wordt dringend geadviseerd elke verdere blootstelling aan isocyanaten te vermijden. Terugkeer naar de oorspronkelijke werkplek wordt daarom medisch afgeraden.

Leermoment voor de Praktijk 
Deze casus illustreert het belang van systematische diagnostiek bij verdenking op beroepsgebonden astma. Het werkgerelateerde patroon in de klachten, gecombineerd met objectieve piekflow-monitoring en allergologisch onderzoek, kan de diagnose stellen ook wanneer standaard longfunctieonderzoek geen duidelijke afwijkingen toont. Voor bedrijfsartsen is het essentieel om bij respiratoire klachten altijd te informeren naar het werkgerelateerde patroon en tijdig door te verwijzen voor gespecialiseerde diagnostiek.