Tinnitus

Een muziekdocente op een school voor moeilijk lerende kinderen heeft spanningsklachten. Welke rol speelt oorsuizen daarin?

De arbeidsongeschiktheidsperiode van de vijftigjarige muziekdocente duurde 9 maanden. In de spreekuurcontacten met de bedrijfsarts bleek het grootste probleem de tinnitusklachten te zijn.
Sinds een jaar of drie had mevrouw in toenemende mate last van oorsuizen, vooral na het werk waren de klachten extreem. Ze werd er gek van. Gillende kinderen en lawaai van drumstellen waren de belangrijkste oorzaken.
KNO-onderzoek liet beiderzijds een mild gehoorverlies zien in de hoge tonen. Het gehoorverlies voldeed niet aan de criteria voor beroepsgebonden lawaaischade (registratierichtlijn B001).
Interventie was gericht op zowel werk als persoon. Maatregelen in het werk betroffen het verbeteren van de akoestiek en het beperken van de drumlessen. Aan mevrouw is aanvankelijk gehoorbescherming geadviseerd; dit bleek in de praktijk slecht te werken. De voorgestelde gedragsmatige interventie bleek wel goed aan te slaan. Cognitieve gedragstherapie blijkt een bewezen effectieve methode van behandeling van tinnitus (Langguth 2012).
De casus is gemeld als beroepsziekte met de code H 102 (tinnitus), aangezien de gehoorschade niet voldeed aan de criteria beroepsgebonden lawaaischade. De klachtencode (H 102) wordt normaal gesproken niet door het registratiebureau van het NCvB opgenomen. Tinnitus is een bijeffect van lawaaischade (Sorgdrager 2007), maar kan ook zonder relevant gehoorverlies optreden (Hagberg 2005). Indien het optreden van tinnitus duidelijk beroepsgebonden is adviseren we dit als beroepsziekte aan het NCvB te melden.

Literatuur
Langguth B. Tinnitus: the end of therapeutic nihilism. Lancet 2012; 379 (May 26): 1926-1927

Hagberg M, Thiringer AG, Brandström AL, Incidence of tinnitus, impaired hearing and musculoskeletal disorders among students enroled in academic music education—a retrospective cohort study. Int Arch Occup Environ Health 2005; 78: 575-683

Sorgdrager B, Tinnitus, een bijeffect van lawaaischade. TBV 2008; 16 (5): 221-222