Geen veilige grenswaarde voor meelstof

Veel bakkers krijgen gezondheidsklachten door het inademen van meelstof.  Bakkersastma is in Nederland de meest gerapporteerde vorm van beroepsastma.

Uit enkele jaren geleden uitgevoerd onderzoek bij werknemers in bakkerijen en meelfabrieken is gebleken dat verschijnselen van beroepsastma bij 11.5% en beroepsgebonden neusklachten bij 18.7% van de werknemers voorkomen. Ruim 25% van de werknemers heeft allergische antistoffen ( IgE) tegen tarwe.

De commissie WGD van de gezondheidsraad komt in een recent verschenen rapport tot de conclusie dat er op basis van de beschikbare gegevens geen veilige grenswaarde voor meelstof is aan te geven. Volledige bescherming tegen het optreden van overgevoeligheid voor meelstofallergenen is dus niet mogelijk.

Wel kan iets worden gezegd over de kans dat iemand bij blootstelling aan een bepaalde concentratie overgevoelig wordt: bij 0.12 mg/m3 bedraagt die kans één op honderd.

Meelstof vormt hiermee het eerste voorbeeld waarbij voor een allergeen geen grenswaarde maar een risicogetal wordt aangegeven zoals al langer gebeurt bij genotoxisch werkende kankerverwekkende stoffen.

Deze benadering zal wellicht ook voor andere allergenene, met name die met een hoog molecuulgewicht gekozen moet worden.

Verder onderstreept het ontbreken van een veilige grenswaarde het belang van goede gezondheidsbewaking. Het PAGO kan hier een nuttige functie in vervullen, mits het onderdeel uitmaakt van een adequaat Arbozorgsysteem met aandacht voor arbeidshygiënische maatregelen en reïntegratie van werknemers met overgevoeligheidsverschijnselen.