Nieuwe Arbowet leidt tot nieuwe rechten en plichten bedrijfsarts

Per 1 juli 2017 is de vernieuwde Arbeidsomstandighedenwet  van kracht. Wijzigingen in de wet moeten gaan leiden tot meer preventie in bedrijven en een stevigere positie van de bedrijfsarts. Het niet melden van een beroepsziekte door bedrijfsarts of arbodienst gaat in de toekomst mogelijk leiden tot een boete van SWZ. 

Een bedrijfsarts krijgt vrij toegang tot de werkvloer, zijn onafhankelijke positie is beter gewaarborgd, zijn adviserende rol nadrukkelijker vastgelegd. Werknemers krijgen het recht om een second opinion aan te vragen bij een andere bedrijfsarts of Arbodienst. Dit zijn enkele belangrijke wijzigingen in de nieuwe wet.

De huidige Arbowet dateert uit 1999, de gewijzigde versie wordt 1 juli 2017 van kracht.  De nieuwe Arbowet wil onder meer bewerkstellingen dat de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts verbeteren. Dat laatst is nodig omdat de bedrijfsarts in de oude wetgeving onvoldoende onafhankelijk kon opereren en er werkgevers zijn zonder basiscontract.

Basiscontract
De nieuwe wet verplicht tot het opstellen van een overeenkomst tussen werkgever en arbodienst. In dit basiscontract wordt opgenomen hoe de arbodienstverlener de verplichte taken uitvoert. De bedrijfsarts krijgt vrij toegang tot de werkvloer. Anders dan vanuit de spreekkamer kan hij of zij zien, horen en ervaren wat er op de werkvloer gebeurt en leeft. De vrije toegang tot de werkvloer moet leiden tot meer organisatie-brede en preventieve adviezen.
Ook vastgelegd is dat iedere bedrijfsarts een klachtenprocedure moet hebben en nauw moet samenwerken met de preventiemedewerker en personeelsvertegenwoordigers.

Open spreekuur
Nieuw is het open spreekuur. Iedere werknemer krijgt het recht de bedrijfsarts te bezoeken, zonder toestemming van de werkgever en zonder dat deze hierover geïnformeerd dient te worden. Dit kan dus ook voordat er sprake is van verzuim of gezondheidsklachten.

Second opinion
Werkgevers en werknemers krijgen recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts en waar van toepassing een andere Arbodienst. Dat verzoek kan – anders dan bij het deskundigenoordeel van het UWV – ook alleen van de werknemer komen. Bedrijfsartsen moeten dit verzoek in principe altijd honoreren. Alleen als er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen, mag dit worden geweigerd. De precieze invulling en uitvoering van het recht op second opinion wordt nog nader uitgewerkt in het Arbeidsomstandighedenbesluit.

In de nieuwe wet is duidelijker opgenomen dat de bedrijfsarts bij ziekteverzuim geen bijstand verleent, maar adviseert. De verantwoordelijkheid voor de verzuimbegeleiding komt hiermee nadrukkelijker bij de werkgever te liggen.

Melden
In het basiscontract wordt ook geregeld dat bedrijfsartsen ruimte krijgen om beroepsziekten te melden aan het NCvB. Dit moet gaan leiden tot een verbeterde meldingsfrequentie. Als uit de evaluatie in 2020 blijkt dat de beroepsgroep niet over is gegaan tot een intensievere melding wordt een bestuurlijke boete ingevoerd voor niet-melden. SWZ kan de bedrijfsarts dan een boete gaan opleggen wegens het niet melden van een beroepsziekte.

De vernieuwde Arbeidsomstandighedenwet is op 24 januari 2017 aangenomen door de Eerste Kamer en gaat per 1 juli 2017 in. Daarna hebben de werkgever en de arbodienstverlener een jaar de tijd om de contracten en dienstverlening aan te passen conform deze nieuwe wet.

Kijk hier voor uitgebreide informatie over de nieuwe Arbowet.