Rijgeschiktheid bij hart- en vaatziekten

Het hebben van een hart- of vaataandoening kan gevolgen hebben voor de medische rijgeschiktheid. Europese regelgeving daarover is onlangs veranderd. De Gezondheidsraad heeft op verzoek van de minister van Infrastructuur en Milieu (het huidige Infrastructuur en Waterstaat) beoordeeld wat dat betekent voor de Nederlandse regelgeving.

De specifieke eisen voor medische rijgeschiktheid van mensen met hart- en vaataandoeningen zijn vastgelegd in hoofdstuk 6 van de Nederlandse Regeling Eisen Rijgeschiktheid 2000 (REG2000). Dat hoofdstuk is aan actualisatie toe: de wetenschappelijke inzichten zijn veranderd en de behandelmogelijkheden gegroeid. In 2013 is een expertgroep van de Europese Commissie voor tien typen aandoeningen per rijbewijsgroep nagegaan welke aanpassingen in de Europese rijbewijsrichtlijn nodig zijn. De aanbevelingen van de expertgroep hebben in 2016 geleid tot wijzigingen in deze richtlijn.

De commissie Rijgeschiktheid van de Gezondheidsraad heeft beoordeeld welke gevolgen die wijzigingen hebben voor de Nederlandse regelgeving. De commissie kan zich vinden in de meeste wijzigingen en adviseert om bij het verwerken van die aanpassingen in de REG2000 de indeling en de formulering van de Europese expertgroep aan te houden, die specifieker is dan de Europese richtlijn. Voor sommige aandoeningen zal dat leiden tot een versoepeling van de eisen.

Voor klepafwijkingen adviseert de Gezondheidsraad de Europese richtlijn aan te houden, die op dat punt strenger is dan de Europese expertgroep. Alleen voor aangeboren hartafwijkingen adviseert de commissie geen aanpassing te doen ten opzichte van de huidige regeling. Via onderstaande link is een tabel te raadplegen waarin de wijzigingen in de Europese richtlijn op basis van de aanbevelingen van de expertgroep en de adviezen van de Gezondheidsraad zijn samengevat.

https://www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/optimale-gezondheidszorg/rijgeschiktheid-bij-hart-en-vaatziekten

Gerda de Groene