Vroegtijdig opsporen vraagt slimme waarschuwingssystemen

Zijn er systemen gericht op beroepsziekten die ons tijdig kunnen informeren als er risico’s zijn die toenemen of als nieuwe gezondheidsrisico’s door werk zich aandienen? Aan deze vraag is de afgelopen twee jaar onder meer door het NCvB gewerkt in opdracht van EU-OSHA (European Agency for Safety and Health at Work).

Het voorlopige antwoord van het nog niet geheel afgeronde project is ja, die systemen zijn er. Ze zijn echter nog beperkt in aantal en kennen elk hun sterke en zwakke kanten. Maar met een slimme inzet en combinatie van bestaande systemen kunnen we al een eind komen.

Naast het volgen van de ontwikkelingen in bekende beroepsziekten en werkgebonden aandoeningen, is het voor preventie van belang vroegtijdig gewaarschuwd te worden voor nieuwe en opkomende werkgebonden aandoeningen. In opdracht van EU-OSHA (European Agency for Safety and Health at Work) is de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar de wereldwijde beschikbaarheid van dergelijke “sentinel and alert” systemen voor werkgebonden gezondheidsproblemen. Deze systemen moeten een aanvulling zijn op de registratiesystemen die de officiële cijfers over beroepsziekten genereren en het mogelijk maken nieuwe risico’s tijdig aan te pakken. Samen met de KU Leuven heeft het NCvB/Coronel meegewerkt in het project “Methodologies to identify work-related diseases” dat zich momenteel in een afrondende fase bevindt. Hoewel het eindrapport nog niet gereed is, valt al wel te concluderen dat er momenteel nog maar een beperkt aantal van dergelijke systemen in gebruik is.

Literatuuronderzoek
In het project is gestart met een uitgebreid onderzoek naar “sentinel and alert” systemen in de wetenschappelijke en zogenaamde grijze literatuur (rapporten, documenten, websites etc.) waarbij uiteindelijk 75 systemen in 26 landen werden gevonden. Deze grote groep is vanuit een speciaal daarvoor ontwikkelde typologie onderverdeeld in verschillende groepen. Daarbij werd rekening gehouden met de volgende kenmerken: doelgroep (werknemers en/of algemene bevolking), type opsporing (actief, passief, sentinel), koppeling met compensatieregelingen voor beroepsziekten, mate waarin het systeem gericht was op alle werkgerelateerde aandoeningen of slechts één of een deel ervan en mate waarin het systeem geschikt is of speciaal ontworpen voor het opsporen van nieuwe en opkomende werkgerelateerde gezondheidsproblemen.

Het volledige rapport waarin alle 75 systemen zijn opgenomen en besproken is in augustus 2017 gepubliceerd: Methodologies to identify work-related diseases: Review of sentinel and alert approaches. De evaluatie legde ook de zwakke punten bloot, zoals de veelal ontbrekende gegevens met betrekking tot werkplekblootstelling, de slechte dekking van bepaalde groepen werknemers en van ziekten op het gebied van de geestelijke gezondheid, en de zwakke koppeling naar preventie op de werkplek. Maar zij geeft ook voorbeelden van goede praktijken en benadrukt het belang van internationale samenwerking en de verspreiding van gegevens om maximaal profijt te halen uit “sentinel and alert”.

Verdiepend onderzoek
In het tweede deel van het project zijn twaalf systemen die min of meer representatief waren voor de onderscheiden typen nader bestudeerd: de helft met behulp van desk research en de andere helft met uitgebreide interviews met mensen die de aanpak of systemen hebben ontwikkeld, er aan rapporteren of gebruik maken van de resultaten ervan. Er is gekozen voor systemen met een bijzondere of bijzonder uitgebreide aanpak, die lang genoeg in bedrijf waren om duidelijk te maken hoe gegevens in de praktijk kunnen worden gebruikt en met aandacht voor voldoende diversiteit in aandoeningen, blootstellingen en sectoren vanuit verschillende landen in Europa en daarbuiten.

De keus viel daarbij uiteindelijk op één aan compensatie gekoppeld systeem (SUVA, Zwitserland), drie niet aan compensatie gekoppelde systemen gericht op alle werkgebonden aandoeningen (RAS, Noorwegen; MALPROF Italië en RNV3P Frankrijk), een systeem gericht op zeven wel omschreven aandoeningen (Navarra, Spanje) en een gecombineerd systeem met verschillende registraties: THOR Groot-Brittannië. Verder zijn twee systemen bestudeerd gericht op gezondheidsklachten door specifieke blootstelling (EpiNano, Frankrijk en SENSOR Pesticides, USA), twee systemen waar bedrijven en instellingen onderzoekhulp kunnen vragen bij ongewone situaties op de werkplek: Groupe d’Alerte en Santé Travail (GAST) Frankrijk en NIOSH Health Hazard Evaluation, een systeem dat is ontwikkeld voor het melden van nieuwe en opkomende risico’s (SIGNAAL in Nederland en België) en tot slot de enige manier waarop momenteel informatie vanuit het werknemersperspectief wordt verzameld over werkgebonden ziekte: het Labour Force Survey in Groot-Brittannië en Ierland.

Sterke en zwakke kanten
Voor elk systeem werd informatie verzameld over onder meer de geschiedenis, de initiatief-nemende organisatie, de werkwijze van het systeem met melders, beoordelaars, werkwijze, doelgroep, type gezondheidsproblemen, blootstelling, resultaten, verspreiding van uitkomsten, sterke en minder sterke kanten van het systeem met waar mogelijk voorbeelden van het gebruik van gegevens voor preventie en het opsporen van nieuwe / opkomende risico's. Vanuit de interviews is een kwalitatieve analyse uitgevoerd met speciale aandacht voor de sterke en zwakke kanten van de systemen. Hieruit kwam een aantal gemeenschappelijke thema’s naar voren zoals het belang van zichtbaarheid en bekendheid van het systeem om het melden te bevorderen, de noodzaak om de motivatie van de melders op peil te houden, het verzamelen van goede informatie over de blootstelling, de kwaliteit van de melding en hoe daaraan bij te dragen door informatie en richtlijnen, het leggen van de link naar preventie, het bevorderen van de aandacht en herkenning van nieuwe risico’s en de financiële en andere voorwaarden om systemen ook na de ontwikkeling goed te laten doorlopen.

Vervolg
In een internationale workshop zijn in mei 2017 de resultaten gepresenteerd en besproken met uiteenlopende experts van registratiesystemen in Europa. Momenteel wordt naast het eindrapport gewerkt aan een eindbijeenkomst voor belanghebbenden uit verschillende landen. Daarin zal het vooral gaan om het formuleren van aanbevelingen voor beleid om “sentinel and alert” systemen goed te benutten voor het vroegtijdig waarschuwen wanneer nieuwe risico’s van werk voor de gezondheid ontstaan. Het eindrapport zal ergens in het voorjaar van 2018 gereed zijn en uiteindelijk door EU-OSHA gepubliceerd worden.

Annet Lenderink