Verkenning van het vóórkomen van beroepsziekten bij het spoor

Het NCvB is geïnteresseerd in het vóórkomen van beroepsziekten in bepaalde sectoren. Zo wordt er onderzoek gedaan naar de meldingen van beroepsziekten in de agrarische sector en is enige tijd geleden het Peil Station Intensief Melden in de Scheepvaart (PIM-schip) opgericht. Omdat de interesse was gewekt, is gezocht naar informatie over de incidentie van beroepsziekten bij het spoor.

In het Verenigd Koninkrijk is door de HSE (Health and Safety Executive) een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar beroepsziekten bij spoorwegpersoneel. In het rapport Work-related Ill Health in Railway Operatives wordt de analyse van de cijfers beperkt tot een deel van de werknemers bij de spoorvervoerders, te weten machinisten, medewerkers in spooronderhoud, rangeerders en wagenmeesters en bouwers en onderhoudspersoneel van rollend materieel. Deze groepen zijn vergeleken met vergelijkbare beroepen of branches in de industrie.

De auteurs schatten dat tussen 2 en 6% van het spoorwegpersoneel jaarlijks een beroepsziekte oploopt of dat een bestaande ziekte door het werk wordt verergerd.

De gemiddelde incidentie van beroepslongaandoeningen bleek bij spoorwegpersoneel met 36 per 100.000 tweemaal zo hoog als bij werknemers in andere beroepen (respectievelijk 36 en 17 per 100.000 werknemers per jaar), terwijl de incidentie van huidaandoeningen weinig verschilt tussen de groepen (19 versus 14 per 100.000 werknemers per jaar).

Het risico op het krijgen van een mesothelioom als gevolg van eerdere beroepsmatige blootstelling aan asbest is alleen verhoogd bij bouwers en onderhoudspersoneel van rollend materieel. De andere drie groepen verschillen niet van werknemers in vergelijkbare beroepen of branches in de industrie.

Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van twee peilstations in het Verenigd Koninkrijk. Hierbij wordt de beroepsziekte vastgesteld en vrijwillig gemeld door een medisch specialist. Het betreft een peilstation voor beroepslongaandoeningen, SWORD genaamd waarin wordt gemeld door longartsen en EPIDERM voor beroepshuidaandoeningen, waarbij de meldingen plaatsvinden door dermatologen. Beide peilstation rapporteren incidentiecijfers per 100.000 werknemers per jaar. Om betere cijfers voor deze studie te krijgen, werd het aantal meldingen over de periode van 2001 – 2013 gemiddeld.

Voor de bepalen van het risico van het krijgen van het mesothelioom door asbest wordt in deze studie de zogenaamde proportionele mortaliteits ratio (PMR) gebruikt voor mannen tussen 16 en 74. De PMR-ratio is zo samengesteld dat een getal onder 100 aangeeft dat een beroepsgroep minder sterfte heeft dan de referentiegroep en een PMR-ratio boven de 100 aangeeft dat er meer sterfte in deze groep plaatsvindt dan in de referentiegroep.

Al met al levert deze verkenning interessante punten op voor bedrijfsartsen in de spoorwegbranche of deze punten ook in Nederland spelen.

Verder lezen:

Better health is happening: ORR assessment of progress on occupational health up to 2014 and priorities to 2019 (June 2015)