De laatste bijeenkomst van de Werkgroep Infectieziekten en Arbeid (WIZA) op 28 maart stond in het teken van de rol van beroepsgebonden vaccinaties in het voorkómen van beroepsziekten. Bedrijfsarts-jurist Erwin Gorissen besprak het juridische kader voor bedrijfsartsen. Epidemioloog Tjabe Smid lichtte toe hoe de adviezen van de Gezondheidsraad tot stand komen. Bedrijfsarts Jaap Maas en arbeidshygiënist Remko Houba gingen in op vaccinatie als onderdeel van de arbeidshygiënische strategie en internist/infectioloog/viroloog Eric van Gorp gaf in vogelvlucht een overzicht van de nieuwe vaccins.
Hieronder een samenvatting van de bijdragen.
Vaccinaties in de spreekkamer: het juridisch kader voor bedrijfsartsen
Wat is het probleem?
Bedrijfsartsen staan voor een complexe uitdaging bij het adviseren over beroepsgebonden vaccinaties. Hoewel vaccinatie een cruciaal onderdeel vormt van de bescherming tegen biologische agentia op de werkplek, wordt de juridische verplichting hieromtrent vaak onderschat. De Arbowet en het Arbobesluit verplichten werkgevers tot het bieden van een veilige werkomgeving, waarbij bedrijfsartsen een adviserende rol hebben in het identificeren van infectierisico's en het aanbevelen van adequate beschermingsmaatregelen. Deze wettelijke kaders worden echter niet altijd correct geïnterpreteerd of toegepast in de dagelijkse praktijk.
Wat zijn de knelpunten?
- Misvatting over vaccinatieplicht: Er bestaat verwarring over de Nederlandse wetgeving betreffende vaccinatieplicht. In Nederland is er geen algemene vaccinatie- of registratieplicht.. Dit principe is verankerd in de Nederlandse arbeidsomstandighedenwetgeving en vormt de basis voor alle besluitvorming rond beroepsgebonden vaccinaties. Deze uitgangspositie heeft gevolgen voor hoe bedrijfsartsen hun adviesrol moeten invullen.
- Onduidelijkheid over wettelijke verplichtingen: Door de afwezigheid van algemene vaccinatieplicht ontstaat verwarring over het verschil tussen de verplichting tot het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen versus een algemene verplichting.
- Gebrekkige risico-inventarisatie: Infectierisico's worden onvoldoende geïdentificeerd in de RI&E, waardoor medewerkers vaccinatiebehoeften over het hoofd zien.
- Registratieproblemen: Werkgevers registreren ten onrechte soms zelf vaccinatiegegevens, terwijl dit uitsluitend via de arbodienst mag verlopen vanwege AVG-regelgeving.
- Inconsistente toepassing van richtlijnen: Bedrijfsartsen volgen niet altijd de actuele LCI-RIVM en SRI-richtlijnen, wat tot juridische risico’s kan leiden.
- Onduidelijke samenwerking met GGD: De indicatiestelling voor vaccinaties verloopt niet altijd via de juiste kanalen, wat tot inefficiëntie en mogelijk non-compliance leidt.
Wat zijn de oplossingsrichtingen?
- Bewustwording van het vrijwillige karakter: Het is essentieel dat bedrijfsartsen beseffen dat het Nederlandse systeem gebaseerd is op het vrijwillige karakter van vaccinatie. Dit betekent dat hun rol primair adviserend is en gericht op het informeren van werknemers over risico's en beschikbare beschermingsmaatregelen. Deze bewustwording vormt de basis voor professioneel handelen binnen de Nederlandse juridische kaders.
- Systematische risicobeoordeling: Integreer infectierisico's structureel in de RI&E en zorg voor periodieke evaluatie van blootstellingsrisico's aan biologische agentia.
- Naleving van richtlijnen: Volg consequent de actuele LCI-RIVM en SRI-richtlijnen voor vaccinatiebeleid en post-expositieprofylaxe.
- Correcte registratieprocedures: Zorg ervoor dat alle vaccinatiegegevens uitsluitend via de arbodienst worden geregistreerd en verwerkt, conform AVG-regelgeving.
- Versterkte samenwerking NVAB-GGD: De NVAB ontwikkelt samen met GGD-en scherpere indicatiestellingen voor vaccinaties, zodat alle advisering plaatsvindt vanuit de arbodienst op basis van de RI&E.
- Professionalisering van advisering: Beschouw vaccinatieadvies als een structureel en serieus onderdeel van bedrijfsgeneeskundig handelen, waarbij het vrijwillige karakter van vaccinatie in Nederland leidend blijft voor de advisering.
Door deze systematische aanpak wordt vaccinatie een geïntegreerd onderdeel van professioneel bedrijfsgeneeskundig handelen, met duidelijke juridische grondslag en praktische uitvoerbaarheid, waarbij het Nederlandse principe van vrijwillige vaccinatie gerespecteerd wordt.
Auteur: drs. Erwin Gorissen
Werknemers en vaccinatie. Wat doet de Gezondheidsraad?
Wat is het probleem?
Werknemers in diverse sectoren, zoals de zorg en het groenbeheer, lopen in hun werk risico op infectieziekten. Dit kan niet alleen hun eigen gezondheid schaden, maar soms ook die van anderen. Toch blijft de bescherming door vaccinaties achter, mede door onduidelijkheid over risico’s en verantwoordelijkheden.
Wat zijn de knelpunten?
- Onvoldoende kennis en bewustzijn met betrekking tot risico’s en mogelijkheden voor beperking daarvan door vaccinatie.
- Onduidelijke verantwoordelijkheden: Werkgevers, werknemers, overheid en arbo professionals (bedrijfsartsen, arbeidshygiënisten) weten niet altijd wie verantwoordelijk is voor initiatief, beleid en uitvoering van vaccinatie.
Wat zijn de oplossingsrichtingen?
De Gezondheidsraad biedt concrete handvatten voor werkgevers en arbo professionals om tot een goed vaccinatiebeleid te komen. De Raad publiceerde een algemeen afwegingskader dat twee doelen dient: bescherming van de werknemer zelf, en – waar relevant – bescherming van derden. Dit kader helpt om op basis van wetenschappelijke inzichten en risico-inschatting te bepalen voor welke groepen vaccinatie zinvol is.
Daarnaast publiceerde de Gezondheidsraad concrete adviezen (op basis van dit afwegingskader) over een aantal aandoeningen, waaronder recentelijk influenza, leptospirose en tekenencefalitis
Illustratie: het TBE-advies
Voor het recente advies over vaccinatie tegen tekenencefalitis (TBE) heeft de Gezondheidsraad deze systematiek toegepast. De raad analyseerde welke werknemers een niet te verwaarlozen extra risico lopen, bijvoorbeeld groenwerkers die vaak door teken worden gebeten. Op basis van het aantal tekenbeten en het risico op ernstige ziekte of sterfte, adviseert de Gezondheidsraad vaccinatie aan te bieden aan werknemers die vijf keer per jaar of vaker door teken worden gebeten. Ook laboratoriummedewerkers die met het TBE-virus werken vallen onder dit advies.
Handvatten voor arbo professionals
De Gezondheidsraad biedt bedrijfsartsen en arbeidshygiënisten een wetenschappelijk onderbouwd kader om werkgevers te adviseren over het aanbieden van beroepsgebonden vaccinaties. Door risico’s systematisch in kaart te brengen en adviezen op maat te geven, kunnen zij bijdragen aan een veiligere en gezondere werkplek. Zo wordt preventie via vaccinatie een vanzelfsprekend onderdeel van het arbobeleid.
Auteur: Prof. Dr. Ir. Tjabe Smid
Vaccinatie als onderdeel van de arbeidshygiënische strategie?
Wat is het probleem?
Bedrijfsartsen worden steeds vaker geconfronteerd met situaties waarin werknemers blootstaan aan biologische agentia, zoals virussen en bacteriën. De arbeidshygiënische strategie schrijft voor dat risico’s aan de bron moeten worden aangepakt, gevolgd door technische en organisatorische maatregelen, en pas daarna persoonlijke beschermingsmiddelen. In de praktijk blijkt echter dat deze klassieke maatregelen bij biologische agentia vaak onvoldoende zijn om het restrisico tot een acceptabel niveau te reduceren. Dit komt door de aard van biologische agentia: ze zijn moeilijk volledig te elimineren, blootstelling is lastig te meten en er zijn geen gezondheidskundige grenswaarden. Hierdoor blijft er na toepassing van alle gangbare maatregelen vrijwel altijd een relevant restrisico bestaan.
Wat zijn de knelpunten?
- Beperkte effectiviteit van bron-, technische en organisatorische maatregelen: Het volledig elimineren van biologische agentia is in veel werksituaties niet haalbaar. Technische en organisatorische maatregelen reduceren het risico slechts gedeeltelijk, waardoor een restrisico overblijft dat niet verwaarloosbaar is.
- Beperkte meetbaarheid en onzekerheid: Blootstelling aan biologische agentia is vaak moeilijk te kwantificeren door het ontbreken van geschikte meetmethoden en grenswaarden. Dit maakt het lastig om de effectiviteit van genomen maatregelen te beoordelen.
- Gedragsafhankelijkheid van individuele maatregelen: Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn afhankelijk van correct gebruik en toezicht, wat in de praktijk niet altijd gegarandeerd is.
- Versnippering van arbozorg: De samenwerking tussen arbeidshygiënisten en bedrijfsartsen is vaak onvoldoende, en informatie over de kwetsbaarheid van werknemerspopulaties ontbreekt regelmatig.
- Onvolledig beleid rond vaccinatie: Vaccinatie wordt in de praktijk vaak als laatste redmiddel gezien, terwijl het mogelijk als bronmaatregel kan bijdragen aan het doorbreken van transmissieketens.
Wat zijn de oplossingsrichtingen?
- Vaccinatie als bronmaatregel: De kernstelling uit de WIZA-presentatie is dat vaccinatie, waar mogelijk, als bronmaatregel moet worden beschouwd. Dit betekent dat vaccinatie niet slechts een individuele beschermingsmaatregel is, maar een collectieve interventie die het restrisico bij biologische agentia effectief kan reduceren. Vaccinatie doorbreekt immers de transmissieketen en beschermt zowel de individuele werknemer als derden.
- Systematische risicoafweging: Gebruik het door de Gezondheidsraad ontwikkelde afwegingskader om te bepalen of vaccinatie noodzakelijk is als integraal onderdeel van optimale bescherming. Hierbij wordt expliciet gekeken naar het restrisico na toepassing van alle andere arbeidshygiënische maatregelen.
- Vroegtijdige inzet van vaccinatie in de strategie: Overweeg vaccinatie al in een vroeg stadium van de risicobeoordeling, zeker wanneer bron-, technische en organisatorische maatregelen het restrisico niet voldoende reduceren. Dit vraagt om een cultuuromslag in de arbozorg, waarbij vaccinatie als een bronmaatregel kan worden wordt overwogen.
- Verbeterde samenwerking en registratie: Stimuleer multidisciplinaire samenwerking tussen de Arbo professionals en verzamel systematisch gegevens over vaccinatiestatus, immuunstatus en incidenten met biologische agentia, zodat beleid beter kan worden afgestemd op de praktijk.
- Goede voorlichting en faciliteren van vaccinatie: Werkgevers moeten werknemers actief informeren over het belang van vaccinatie als bronmaatregel en het vaccinatieproces optimaal faciliteren.
Conclusie:
De arbeidshygiënische strategie bij biologische agentia vraagt om een herijking: in veel gevallen is vaccinatie de enige effectieve bronmaatregel om het restrisico tot een aanvaardbaar niveau te brengen. Bedrijfsartsen hebben hierin een centrale rol bij de risicoafweging, advisering en implementatie van vaccinatiebeleid. Alleen door vaccinatie als bronmaatregel te omarmen, kan optimale bescherming van werknemers én derden worden gerealiseerd.
Auteurs: Dr. Ir. Remko Houba en Dr. Jaap Maas
Vaccinatie op maat: hoe krijgen we het juiste vaccin bij de juiste persoon?
Wat is het probleem?
We worden steeds vaker geconfronteerd met opkomende infecties en uitbraken, gedreven door factoren zoals wereldwijde verstedelijking, migratie, toegenomen reizen en klimaatverandering. Voorheen (sub)tropische infecties zoals dengue, chikungunya en tekenencefalitis komen inmiddels ook in Europa en Nederland voor. Deze verschuiving van het epidemiologische landschap stelt nieuwe eisen aan onze vaccinatiestrategie. Terwijl het Rijksvaccinatieprogramma een basis biedt, ontstaat er een groeiende behoefte aan vaccinaties die niet standaard worden aangeboden maar wel noodzakelijk zijn voor specifieke risicogroepen. Het probleem is dat we nog onvoldoende uitgerust zijn om snel en effectief de juiste vaccins bij de juiste personen te krijgen wanneer nieuwe dreigingen opkomen.
Wat zijn de knelpunten?
Het grootste knelpunt ligt in de versnippering van de vaccinatiezorg. Nederland wacht vaak op real-world data uit andere landen voordat nieuwe vaccins worden geïmplementeerd, wat kan leiden tot vertragingen van jaren. De infrastructuur voor "vaccinaties op maat" is nog onvoldoende ontwikkeld en vaak kostbaar voor individuele patiënten. Daarnaast ontbreekt het aan een gecoördineerde aanpak tussen verschillende zorgverleners: huisartsen, bedrijfsartsen, GGD'en en specialisten werken vaak langs elkaar heen. Ook is er onvoldoende kennis over (re) emerging infectieziekten bij zorgverleners, waardoor risico-inschatting en vaccinatieadvisering suboptimaal verlopen. Ten slotte zorgen administratieve en financiële barrières ervoor dat risicogroepen niet altijd tijdig toegang hebben tot beschermende vaccinaties.
Wat zijn de oplossingsrichtingen?
Vaccinatie op maat vereist multidisciplinair teamwerk waarbij, als het om werknemers gaat, bedrijfsartsen een sleutelrol spelen. Bedrijfsartsen moeten beter worden toegerust met kennis over opkomende infecties en hun preventie, zodat zij proactief risicogroepen kunnen identificeren. Er moet een beter gecoördineerd netwerk komen tussen GGD'en, arbodiensten en ziekenhuizen voor snelle informatiedeling en vaccinatielogistiek. Ook moeten we leren van internationale best practices en niet altijd wachten tot andere landen de weg hebben gewezen. Tot slot is het essentieel dat er heldere financieringsstructuren komen voor vaccinaties op maat, zodat toegankelijkheid geen belemmering vormt voor optimale bescherming van kwetsbare medewerkers.
Auteur: Prof. Dr. Erik van Gorp
//
- 251 weergaves