Overslaan en naar de inhoud gaan

Het vaststellen van de daadwerkelijke blootstelling aan de risicofactoren is cruciaal in het proces om een ziekte te kunnen aanmerken als beroepsziekte. De (anamnestische) gegevens uit stap 2 worden daarom idealiter aangevuld met gegevens van werkplekonderzoeken of observaties op de werkplek.
Door een systematische arbeidsanamnese kan een indruk worden gekregen van de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden. De verschillende belastende factoren (fysiek, fysisch, chemisch, psychomentaal, psychosociaal) dienen hierbij de revue te passeren en waar nodig uitgediept te worden:

Vragen die u kunt stellen aan de patiënt:

  1. Van welke belastende factoren was er sprake en in welke mate?
  2. Hoe werd de taak uitgevoerd?
    Voorbeelden: was de stofconcentratie zo hoog dat de patiënt er niet duidelijk doorheen kon kijken? Was het lawaai zo hevig dat zelfs praten moeilijk was? Bij chemische stoffen: welke hoeveelheden verwerkte de patiënt? Bij lasten tillen en dragen: welke lasten en van welk gewicht moesten er worden getild en/of gedragen?
  3. Wanneer begon de blootstelling?
  4. Wanneer eindigde blootstelling?
  5. Is sprake van herhaalde blootstelling of eenmalige blootstelling?
  6. Hoe lang en hoe vaak moest er (bijvoorbeeld) worden getild en gedragen?

[collapse title="Lees meer en bekijk hulpbronnen:" collapsed="collapsed"]

De duur, frequentie en intensiteit van de blootstelling worden in kaart gebracht, bijvoorbeeld op basis van de RI&E, metingen op de werkplek door bijvoorbeeld een arbeidshygiënist of observaties op de werkplek door de bedrijfsarts. Aan de hand van de registratierichtlijnen kan vervolgens worden bepaald of de blootstelling kan worden aangemerkt als risicofactor voor het optreden van de aandoening/ziekte. Als handvat kan hierbij gebruik worden gemaakt van de registratierichtlijnen waarin, indien van toepassing, afkappunten genoemd worden:

  • Minimale blootstellingsduur en/of frequentie
  • Minimale blootstellingsintensiteit
  • Maximale latentietijd

Het vaststellen van de blootstelling door metingen op de werkplek te verrichten is soms niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat de blootstelling in het verleden heeft plaatsgevonden. In dat geval moet er worden vertrouwd op de zelf-gerapporteerde blootstelling of moeten andere manieren worden gezocht om een beeld te krijgen van de blootstelling. Het beroep of de beroepscode is onvoldoende om de aard, duur, frequentie en intensiteit van de blootstelling optimaal te kunnen beoordelen en een beroepsbeschrijving geldt als het minimum om oorzakelijke blootstelling vast te stellen.

Bij sommige aandoeningen gaat het niet zozeer om de actuele blootstelling maar moet een beeld verkregen worden van de gehele blootstellingshistorie. Deze is van belang bij aandoeningen die na een lange latentie periode ontstaan of aandoeningen die ontstaan na langdurige chronische blootstelling.

  1. Chemische en biologische agentia: Haz-Map (Engels): https://hazmap.com
    Toxnet: https://www.nlm.nih.gov/toxnet/index.html "Doorzoekt naast Haz-map ook vele andere databases op het gebied van toxicologie en environmental health, desgewenst simultaan."

    Chemicaliën:
    Reach (Engels): http://echa.europa.eu/information-on-chemicals
    ART: https://www.advancedreachtool.com
    Stoffenmanager: https://stoffenmanager.nl/
    Blauwdruk voor RI&E biologische agentia: https://www.nkal.nl/pdf/Werkinstructie%20RIE%20Biologische%20agentia%20definitief(1).pdf

  2. Fysische agentia:
    Trillingen: https://www.vibration.db.umu.se/app/
     
  3. Helpdesk NCvB: https://www.helpdesk.beroepsziekten.nl/stel-uw-vraag

[/collapsed]

Inzicht in arbeidshygiënische maatregelen
Naast het in kaart brengen van de blootstelling in het werk moet ook worden nagegaan of, en zo ja, er in voldoende mate arbeidshygiënische maatregelen zijn getroffen.

[collapse title="Vragen die u kunt stellen aan de patiënt:" collapsed="collapsed"]

  1. Werd er getracht de blootstelling te verminderen?
    Werden er pogingen gedaan om risicovolle taken of risicovolle blootstellingsniveaus te voorkomen? Voorbeeld: afzuiginstallatie voor giftige stoffen of dampen.
  1. Droeg de patiënt persoonlijke beschermings-middelen (PBM)?
     
  2. Had de patiënt de beschikking over specifieke PBM en gebruikte de patiënt deze op de juiste manier?
    Het dragen van PBM geeft onvoldoende informatie om in te kunnen schatten of er daadwerkelijk sprake is van een reductie van de blootstelling. Voorbeelden: maskers die gemaakt zijn om respirabel stof te weren, geven geen bescherming tegen giftige dampen zoals zwaveldioxide. Handschoenen die gemaakt zijn om de huid te beschermen tegen cement geven geen bescherming tegen petroleum.
  1. Werden de PBM goed onderhouden?
    Vraag de patiënt naar het onderhoud van de PBM. Werden PBM goed en regelmatig onderhouden en wie is daar verantwoordelijk voor?

[/collapsed]

 

Stap 1  |  Stap 2  |  Stap 3  |  Stap 4  |  Stap 5  |  Stap 6